Protestantse Kerken België

 contact |  over ons |   organigram

30 - Blaise Pascal en zijn memoriaal.

Meditaties en studies voor een heel kerkelijk jaar, door Gerard F. Willems
Week 30 van het kerkelijk jaar
1Samuël 3,2-11 • Handelingen 9,1-11 •

Meditaties en studies voor een heel kerkelijk jaar, door Gerard F. WillemsIn sommige christelijke middens houdt men veel van roepings- en bekeringsverhalen. Dergelijke verhalen zijn echt persoonlijk en aangrijpend. Men voelt er zich direct bij betrokken en identificeert zichzelf zonder probleem met de centrale figuur van het gebeuren. Een van de bekendste geschiedenissen, in dit verband, is ongetwijfeld de bekering van Augustinus, de grote kerkvader van de westerse Kerk. Er schuilt echter ook een zeker gevaar in dergelijke verhalen. Alles wordt er zo persoonlijk in, tussen de individuele mens en God, dat men dreigt de bredere samenhangen te vergeten, zoals de relatie tussen de gemeenschap en God. In de bijbel gaat het volk van God, als geheel, steeds voorop. Ook maakt men soms, geheel ten onrechte, dergelijke gebeurtenissen tot een maatstaf waaraan alle christenen zouden moeten voldoen. Dergelijke roepingen en bekeringen blijven echter uitzonderingen, en kunnen nooit tot algemene regel worden.
Alhoewel men zo voorzichtig moet blijven met roepings- en bekeringsverhalen, dient men er toch de nodige aandacht aan te schenken. Zij hebben namelijk het grote voordeel dat zij in kort bestek, het essentiële zeggen over de godsdienst. Waar gaat het eigenlijk om, in de godsdienst van het jodendom of van het christendom? Denken wij maar aan de twee verhalen die wij gelezen hebben, de roeping van de jonge Samuël, en de bekering van Saulus, de latere Paulus. Bij Samuël is het zo dat hij het woord van God moet leren onderscheiden en horen. Alles draait daar dus om de mens (Samuël wordt een profeet) en zijn relatie tot het woord van God. Al de rest wordt tot bijzaak. Bij Saulus gaat het om de ontmoeting met de verrezen en verheerlijkte Jezus. Als jood kent Paulus God, en dat geeft geen probleem. Het probleem bestaat in de functie van Jezus. Is hij een bedrieger of een eschatologische figuur? Essentieel is hier de ontmoeting van de mens (Paulus wordt een apostel) met de Verrezene. Al de rest is zonder enig belang.

In het raam van dergelijke verhalen willen wij aandacht schenken aan de bekering van Blaise Pascal (1623-1662), de grote wis- en natuurkundige. Wij kennen hem onder meer van de weerberichten en de luchtdruk. Het leven van Pascal verloopt als volgt. Hij wordt in 1623 geboren in de buurt van Parijs. Zijn vader werkt aan het hof en heeft er te maken met de belastingen. Pascal heeft twee zusters, waarvan één, Jacqueline genoemd, later non zal worden te Port Royal, buiten Parijs. De jongen wordt in de hoofdstad opgevoed en blinkt uit in de wiskunde en de fysica. Maar hij is ook de uitvinder van de rekenmachine! Het toestel moest zijn vader helpen bij zijn berekeningen. Pascal onderhoudt contacten met het nonnenklooster van Port Royal. Rond deze instelling woonden de ‘heren’ van Port Royal, afzonderlijk, als strenge asceten. Bekend is vooral Saint Cyran die te Leuven gestudeerd had, samen met de latere bisschop van Ieper Jansenius. Jansenius en Saint Cyran zijn de grote leiders geworden van het jansenisme, de beweging die los wilde van de invloed der jezuïeten in de kerk, en die zich meer op het denken van Augustinus wilde oriënteren. In die tijd ervaart Pascal een eerste bekering. Maar vlak daarna stort hij zich in de zogenaamde wereld.
In de nacht van 23 november 1654, hij is dan 31 jaar, geraakt hij in extase, en komt het tot een tweede bekering. Hij gaat nu voor goed in retraite te Port Royal. Daar schrijft Pascal zijn Lettres provinciales tegen de jezuïeten, en verdedigt Augustinus en het jansenisme. Zijn gezondheid is erg slecht en hij lijdt veel pijn. Zijn zuster Jacqueline sterft te Port Royal. Pascal overlijdt te Parijs als katholiek, hij is nooit jansenist geworden, in het jaar 1662. Hij is dan amper 39 jaar oud. Na zijn dood vindt men stukjes papier, met allerlei gedachten erop, in bundeltjes aaneengeregen met stukjes touw. Deze ideeën moesten dienen voor een apologie van het christendom die hij van plan was te schrijven. Zij werden later uitgegeven als zijn Pensées. Uit deze losse gedachten van Pascal, die door de verschillende uitgevers thematisch gerangschikt zijn, blijkt dat hij een behoorlijke kennis van het jodendom bezat. Zijn informatie haalde hij weliswaar niet van de joden zelf, maar uit een verdachte bron, de Pugio fidei (Dolk van het geloof) van de dominicaan Raymundus Martini. Pascals denken lijkt desondanks positief beïnvloed door de rabbijnen.

Pascal heeft zelf tijdens zijn bekering het gebeuren neergeschreven in stokkende, afgebroken zinnen. Het papiertje met deze woorden staat bekend als zijn mémorial, zijn memoriaal, wat wil zeggen hetgeen hij zich steeds wilde herinneren. Pascal naaide het stukje papier in de voering van zijn jas en droeg het zo steeds bij zich. Wij geven nu een vertaling van het document, dat op allerlei bijbelverzen zinspeelt, en nummeren de gedachten, zodat onze uitleg daar makkelijk bij kan aansluiten.

[1]- Het jaar der genade 1654. Maandag 23 november, dag van de H. Clemens, paus en martelaar, en anderen volgens het martyrologium, vooravond van de H. Chrysogonus, martelaar, en anderen. Vanaf ongeveer 10,30 uur ‘s avonds tot ongeveer middernacht en één half.
[2] Vuur.
[3]- God van Abraham, God van Isaak, God van Jakob, niet der filosofen en der geleerden.
[4] Zekerheid. Zekerheid. Gevoel. Vreugde. Vrede.
[5] God van Jezus Christus. Mijn God en uw God. Uw God zal mijn God zijn.
[6] Het vergeten van de wereld en van alles, behalve God.
[7] Hij wordt alléén gevonden door de wegen die onderwezen worden in het evangelie.
[8] Grootheid der menselijke ziel. Rechtvaardige Vader, de wereld heeft u niet gekend, maar ik heb u gekend. Vreugde, vreugde, vreugde, tranen van vreugde.
[9] Ik heb me van hem afgescheiden: zij hebben mij, de bron van levend water, verlaten.
[10] Mijn God, zult gij mij verlaten? Dat ik er niet eeuwig van gescheiden worde.
[11]- Dit is het eeuwige leven, dat zij u kennen de enig ware God, en degene die gij gezonden hebt, Jezus Christus. Jezus Christus, Jezus Christus.
[12] Ik heb me van hem afgescheiden. Ik ben hem ontvlucht, heb hem verloochend, gekruisigd.
[13] Dat ik er nooit van gescheiden worde.
[14] Hij wordt alléén behouden door de wegen die onderwezen worden in het evangelie.
[15] Totale en heerlijke verloochening.
[16]- Totale onderwerping aan Jezus Christus en aan mijn leidsman.
[17] In eeuwigheid verheugd voor één dag van oefening op de aarde.
[18] Ik zal uw preken niet vergeten. Amen.

Als commentaar bij deze uitermate belangrijke tekst willen wij het volgende zeggen. [1] Geeft de gebruikelijke datering naar de heiligenkalender en vormt een inleiding. [2] Omschrijft de eigenlijke godsopenbaring. Wanneer God zich openbaart in de Schrift, dan heeft dit steeds te maken met vuur en licht. Denken wij maar aan het vuur van de Sinai, aan het brandende braambos, aan Jezus’ verblindende verheerlijking op de berg, of aan het vuur van Pinksteren. Hier moet men vooral denken aan het verhaal van het braambos.
[3] Na de inleiding komt het eerste deel van de tekst, dat handelt over God. God stelt zich voor zoals aan Mozes bij het brandende braambos (Exodus 3,6); hij is de God der aartsvaders. Met Mozes wordt hij de God van de uittocht en de intocht, in één woord, de God van het volk Israël. Zoals Mozes en Israël breken met de afgoden van Egypte, staat hier, niet der filosofen en der geleerden. De filosofen en geleerden kunnen speculeren over een scheppergod als eerste oorzaak van alles. Of over een hoogste geest die het handelen van de mens zou normeren. Door hun denken zoeken zij, en proberen deze dingen te vatten. Neen, zegt deze tekst, God maakt zichzelf bekend, zoals aan Mozes. Hij laat zichzelf kennen, ook aan de eenvoudigen! [4] Wanneer God zichzelf aan de mens openbaart, dan schenkt dit pas echte zekerheid aan die mens. Menselijke activiteiten of deugden, schenken hem nooit zo een zekerheid. Zekerheid ligt in Gods zelfopenbaring, en dat geeft pas vreugde en vrede. [5] De tekst blijft over God gaan, maar stapt nu over naar het Nieuwe Testament. Jezus spreekt over God met woorden uit het Johannesevangelie. Pascal antwoordt met de beroemde woorden van Ruth. Ruth is de heidense die zich naar de God van Israël keert. Pascal doet hier hetzelfde, als antwoord op Jezus’ voorstel. [6] Het gevolg is dat al het andere, buiten God, totaal onbelangrijk wordt. Men heeft hier te maken met wereldverloochening en ascese. Wellicht onder invloed van de heren van Port Royal. [7] God kan alleen gevonden worden door de Schriften. Alle andere wegen lopen dood. Wij zagen reeds iets dergelijk bij punt drie. [8] Het zinnetje over de grootsheid der menselijke ziel wekt wel verwondering. Men begrijpt niet wat dit hier komt doen, tenzij men het verbindt met wat volgt. De menselijke ziel is pas groot wanneer zij Jezus’ woorden uit het Johannesevangelie kan nazeggen. De ziel die God kent is groot, en borrelt van vreugde. [9] De mens aan wie God zich geopenbaard heeft, komt achteraf pas tot echte zelfkennis. Hij kan zich pas dan als zondaar zien, als iemand die zich van God heeft afgekeerd. Weer wordt, als een soort bewijs, een woord geciteerd namelijk Jeremia 2,13 en 17,13. [10] Twijfel aan zichzelf maakt dat men zijn hoop alleen op God vestigt. Met een zinspeling op psalm 22 hoopt Pascal dat God hem niet zal verlaten.
[11] Nu komt het tweede deel van de tekst, dat handelt over Christus. De structuur van het tweede deel loopt gedeeltelijk parallel met de structuur van het eerste deel. Wij kunnen dus korter zijn met de uitleg. Het hele gedeelte begint met een citaat van Johannes 17,3 waarin een overgang gemaakt wordt van de Godskennis, naar de kennis van de gezonden Christus. [12] Het zich openbaren van Jezus Christus, betekent, zoals in punt negen, dat men zichzelf als zondaar ervaart. Pascal heeft zelf Christus gekruisigd. [13] Dan komt de wens - vergelijk punt tien - om niet van Christus gescheiden te worden. [14] Men behoudt alleen Christus door de Schrift. Zie punt zeven. [15] Zoals in zes, gaat het over wereldverloochening, maar ook over zelfverloochening. Alles wordt opgegeven. [16] Volgt tenslotte de onderwerping aan Jezus Christus, dit is duidelijk...
Maar wat betekent die leidsman (mon directeur)? We hebben onmiskenbaar te maken met het slot van de tekst, dat niet meer over Christus gaat. Moet dit dan slaan op Saint Cyran als geestelijke herder van Pascal? Het zou kunnen. [17] Het is moeilijk om deze zin te begrijpen. Een dag van oefening op de aarde, zou kunnen slaan op het zeer korte leven van de mens. Dat leven hoort een oefening te zijn in de dienst van God en van Christus, maar ook van de leidsman. De vrucht van deze korte inspanning is echter de eeuwige vreugde, na de dood. Deze uitleg lijkt het best te passen. [18] Over wiens preken het tenslotte gaat is niet bekend. Pascal heeft voor de openbaringsnacht een preek gehoord, maar wij weten niet van wie. Misschien moet men ook hier weer aan Saint Cyran denken.

Bron: Ds. G. Willems


Terug naar boven
Verenigde Protestantse Kerk in België
Brogniezstraat, 44
B, 1070 Brussel
T: 02 511 44 71
Neem contact op

Franstalige versie: protestanet.be