Protestantse Kerken België

 contact |  over ons |   organigram

De bouwkraan

Bijbelse verhalen verteld voor kinderen
Thema: Over leren samenwerken
1 Cor 1 vers 10: Samengevoegd met dezelfde bedoeling

Bijbeltekst (NBV)

1 Korintiërs

10 Verdeeldheid in de gemeente 10 Broeders en zusters, in de naam van onze Heer Jezus Christus roep ik u op om allen eensgezind te zijn, om scheuringen te vermijden, om in uw denken en uw overtuiging volkomen één te zijn.

Verhaal

Bijbels verhaal voor kinderenHij lag op een enorme vrachtwagen, en hij kon nauwelijks de draai krijgen naar de Korenlei, waar hij moest zijn. Zelfs toen alle paaltjes die brutale automobilisten de doorgang weren uit het plaveisel waren gehaald, kon hij maar met de grootste stuurmanskunst langs de eerbiedwaardige gevels van de Lei worden geloodst.
Ver was het niet, honderd meter, maar het was centimeterwerk. Daar, drie huizen verder, was de bouwput. Die kon je niet zien van waar ik stond, ze hadden de oude gevels van de huizen van vroeger laten staan. Dat moest, die zouden in de voorgevel van het nieuwe hotel worden opgenomen. Want het werd een hotel, dat stond op het bord waar ik het volle zicht op had.
Ja, fijn is dat om alles te kunnen zien zonder zelf last te hebben van de gure wind die door de Hof van Fiennes over het tochtgat van de Leie waait. Ik stond door een raam naar buiten te kijken, en ik genoot van wat ik zag.

Ze waren aan het uitladen gegaan. Heel de bouwkraan kwam in stukken op de grond te liggen. Daar hadden ze zo'n hydraulische arm voor die ze konden uitschuiven zover ze wilden, en die voor de gelegenheid op vier uitschuifbare armen op de straat was gezet met enorme betonnen platen er onder. Want wie groot is en zwaar, zakt makkelijk door de grond.
Maar hij niet. Hij schoof zijn arm uit en zetten het eerste stuk van de bouwkraan overeind. Het werd verankerd in een stapel betonnen platen die de schuifarm al voor hem had neergelegd.
En toen kwam het tweede stuk op het eerste, en het derde op dat tweede, en ik dacht: dat wordt me een schroeven en passen en meten! Maar niks hè, het zat vast voor ik het wist. Ik had pijn in mijn nek, want voor je het weet rek je mee met je nek bij het zien van zoveel schuiven en strekken. Boeh! Ik wreef eens wat, maar wat zag ik toen.

Daar, langs de Leie hadden ze de hijsarm neergelegd. Wat een enorm lang ding was dat! Hij begon bij de rondvaartbootjes aan de brug, en zijn punt lag zowat bij mijn raam. Ik zeg: Goede morgen, u bent ook echt de kleinste niet!
Er waren twee werklieden met hem bezig. De een stond bij de bootjes, en de andere aan mijn kant. In de midden was de verhoging van zo'n zitmuurtje, daar lag hij natuurlijk glansrijk overheen, en dat werkte als een wip. Ging die man bij de bootjes er af, dan vloog mijn man naar beneden. En ging hij er bij de bootjes weer op, dan vloog mijn man omhoog. Leuk om te zien, maar wat wilden ze nou eigenlijk. Toch zeker niet een speeltuin aanleggen voor de kantoormensen, al zou dat misschien wel goed voor hen zijn. Ze waren bezig met een soort draagstangen. Die maakten ze aan elkaar, en toen waren ze blijkbaar klaar. Ze veegden hun handen af, zo van: ziezo, nu is het voor jullie. Die jullie, dat waren de mensen van de takelarm op zijn vier poten.

Toen kreeg ik zo'n raar idee. Omdat ik toevallig dominee ben, denk ik. Want ik kijk door dat raam van mij, en ik zeg: zo ben jij nou ook. Je ligt languit, en dat is best leuk voor een poosje, maar toch niet voor altijd. Dan lig je ook nog iedereen in de weg. Je moet je werk doen, anders deug je niet. Ja, dat zei ik, en ik voelde dat het waar was.
En wat zag ik. Toen kwam die hydraulische arm, en die tilde dat hele gevaarte op, zo lang als hij was. Veel wegen deed hij niet, het waren allemaal maar metalen balkjes en kruisjes. In een oogwenk hing dat ding, die hijsarm, in de lucht boven de huizen en de Leie. Ik had weer flink pijn in mijn nek. Ik zeg onder het wrijven: zie je nou wat God doet als Hij in je leven komt? Dat is het afgelopen met het languit liggen. Dan word je klaar gemaakt voor je werk, je wordt omhoog getild. Dat is nou genade, zei ik, je verdient het niet, maar het komt. En kijk eens, daarboven.
Ik kon weer omhoog kijken, en wat zag ik. Daar in die smalle, hoge toren hing al het huisje voor de kraanmachinist. Dat hadden ze ondertussen ook al even opgehangen. En daar kwam de hijsarm. Een paar mannen, boven het huisje, wachtten op hem. Ik dacht: hebben die geen last van hoogtevrees, want waar staan ze nou eigenlijk op! Een paar staafjes vast niet breder dan mijn pols. En zij pakten de voorkant van de hijsarm. Een gaf tekens naar beneden, van wat hoger, iets meer naar links. En die enorme hydraulische arm gehoorzaamde aan de druk van een vinger op een kleine knop. Dat is, zei ik, nou de macht die de mens soms heeft, omdat hij ergens een beetje lijkt op God.

Vast zat de hijsarm, ik weet niet hoe, en toen klommen die twee acrobaten in een soort torentje dat boven op de kraan stond. Wat moet er nou nog, dacht ik, want die hijsarm zit toch vast? Ja, wel vast, maar hij kon nog niet hijsen, hij had nog geen draagkracht. Zo ben jij ook, zei ik. Je zegt dan wel: mijn leven zit vast aan God, ik geloof in Hem, Hij draagt mij. Maar daarmee kan ik nog niks dragen voor Hem, en dat zou toch wel moeten. Opeens kreeg ik in de gaten waar die kabels voor dienden. Ze hingen nog maar wat los langs de arm, zo slap als een draadje, maar vergis je niet, zeg ik, want daar zit een kracht in waar je van achterover valt. Dat had ik ook al bijna gedaan, achter mijn raam, want kan jij een half uur naar boven kijken zonder te duizelen, ook al leer je nog zo veel?!

Ze hadden die draagkabels vast aan het torentje, geholpen door de hydraulische arm, ik weet niet hoe, maar ze zaten vast. En klaar is kees. De draagarm zwiepte nog wat, zeker van de schrik, maar hij was klaar en piekfijn.
En toen hees de hydraulische arm nog een paar blokken beton naar boven om die te hangen aan de korte kant. Ik zeg: dat kunnen die twee acrobaten nooit tillen, dat lukt dus nooit! Maar er zaten een soort haakjes aan. De man beneden drukte op een paar knoppen, de enorme blokken gingen iets omhoog, en zakten zo zacht als een lammetje. De mannen keken alleen, en het was klaar. Klaar.
Ik zei zo tegen mijzelf: ik ken mensen die net als die blokken zijn. Zwaar en niet uit de weg te krijgen. Iedereen heeft last van ze. Maar als het je lukt om die een goede plaats te geven in het geheel, dan zou je ze voor geen geld willen missen.

Ik ben koffie gaan drinken op de goede afloop, want ik dacht: einde verhaal. Maar dat was toch niet zo. Want toen ik met mijn beker in de hand toch nog weer even door het raam keek, wat zag ik? De bouwlui stonden allemaal beneden op een na, die hing helemaal boven uit het bestuurdershokje.
Waar ging het over. Dat zag ik meteen. Er lag iets op de grond, en dat was een probleem. Een ster was het, een hele grote, van draad met allemaal lampjes eraan. Hoe moest die naar boven. Hij was niet zwaar, maar hij was groot. Wat deden ze, die mannen? Ze lieten de takel zakken, dat kunnen ze op een centimeter nauwkeurig doen, en aan de enorme tilhaak hebben ze toen die ster gehangen. In een oogwenk was die boven. De man die daar uit het hokje hing heeft hem bovenop de kraan gezet. Op het allerhoogste punt. En de stekker heeft hij in de motorcabine aangesloten. Daar had je licht! Wat was dat prachtig, zo tegen de grijze winterlucht! Er werd storm verwacht, had de radio gezegd, dus de wolken waren dreigend en zwart. Maar moet je die kraan zien, zo prachtig, en met een ster op zijn dak!
Zo wordt het werk van ons mensen soms bekroond. Ook als het gaat stormen...

Dat verhaal vertelde ds. Geurs bij ons in de kerk, en ik, Sofie, zijn oudste catechisant, heb het opgeschreven. Ik heb namelijk van de kerk een laptop in bruikleen gekregen. Dat is eigenlijk wel super, zeg ik tegen mijn vriendin. Want nu kan ik tijdens de dienst vast wat aantekeningen maken.

En ik moet zeggen: het verhaal maakte indruk. De mensen zeiden: dat verhaal is goed. Je leert met elkaar samen te werken. En bovendien leer je dat het God is die werkt in ons, zodat je niet met je neus in de hoogte gaat lopen.

Ik zeg tegen mijn vriendin: ik zet het voor de dominee op internet, dan doet die laptop dubbel nut, en hoef ik hem misschien niet terug te geven.
Ja, slim is slim. En dat was het.

Bron: Harmen Geurs D.D., Kollum, Friesland


Terug naar boven
Verenigde Protestantse Kerk in België
Brogniezstraat, 44
B, 1070 Brussel
T: 02 511 44 71
Neem contact op

Franstalige versie: protestanet.be