Bijbelse verhalen verteld voor kinderen
Thema: Over waakzaam zijn
Mattheus 24 vers 43: De dief in de nacht
Mattheus 24:
43 Besef wel: als de heer des huizes had geweten in welk deel van de nacht de dief zou komen, dan zou hij wakker gebleven zijn en niet in zijn huis hebben laten inbreken.
Dominee Geurs heeft op de zondag na Kerst uit het Evangelie gelezen dat de Dag van de Heer komt als een dief in de nacht. En dat wij waakzaam moeten zijn, omdat wij niet weten wanneer de dief komt.
Hij keek dus wat rond en hij vroeg aan zijn catechisanten: "Je hebt het gehoord. Wie kan mij zeggen wat dat is, de Dag van de Heer?"
"Zijn verjaardag", zei dikke Hendrik, die weer eens zijn dag niet had.
Er werd stevig gelachen, ja, niet door mij, en ook niet door mijn vriendin, want wij ergerden ons teveel, maar dominee Geurs prees Hendrik, hoe bestaat het. "Zou best kunnen", zegt hij, "want als jij jarig bent, Hendrik, dan is dat jouw dag".
"Met feesttaart!" zei Hendrik.
"Wie weet nog een voorbeeld?" vroeg hij.
"Mijn moeder moest naar het ziekenhuis", zei ik, "ze ligt er trouwens nòg, en toen ze in de taxi stapte zei ze: ‘Dit is de dag", ik hoor het haar nog zeggen".
"Mijn oom is gesneuveld in de oorlog", zei Pascal, "en als het Kerst is, zegt mijn tante altijd: ‘Dit is de dag dat het gebeurde!"
"En de Dag van de Heer, wat is dat dan precies?" vroeg dominee Geurs.
"De dag dat Hij gaat doen wat Hij van plan was", zei Rachel, "want dat zegt mijn vader precies zo als hij gaat vissen: Dit is mijn dag!"
"Goed zo", zei de dominee. "God is dus ook iets van plan. Hij wil tot ons komen. Het oude jaar gaat weg met een hoop geknal, het nieuwe jaar komt, en God gaat nieuwe dingen doen. Heel plotseling, zodat wij het niet verwachten. Hij gaat het kwaad uit de wereld wegnemen, Hij maakt alle dingen nieuw, dat zegt Hij!"
"Dat is dus een soort Nieuwjaar!" zei Marie. "Een jaar dat de kat geen vogeltjes meer vangt!"
"Ik vertel jullie een verhaal", zei dominee Geurs, over de dief die naar parfum rook. Een oud Joods verhaal, luister maar".
"Er was eens een dief die zichzelf heel slim vond. Want weet je wat hij deed? Hij ging niet zomaar heen met zijn breekijzer of zijn hakbijl, en hij hakte een gat en kroop erdoor, nee, hij ging naar de winkel en kocht een blikje rode menie. Daarna ging hij fluitende heen met de verf, en hij zette een kruis.
En dan kwam hij in de donkere nacht, hij zocht het kruis op de muur en hij hakte een gat, heel zacht, hij kroop erdoor, en hij stal alles wat los en vast was.
Dan wachtte hij een poosje, en dan ging hij weer fluitend heen met zijn potje verf, en hij zette weer ergens een kruis, en kwam in de donkere nacht, en hij hakte een gat, kroop erdoor en stal alles wat los en vast was.
En weer wachtte hij een poosje, en dan ging hij er weer op uit, en nog eens een poosje, en dan weer, en zo werden de mensen wanhopig. "Wie is toch die slimme dief, riepen zij, die zelfs in de pikzwarte nacht nog weet waar hij in moet breken?"
"Ja maar wacht", zei de politie, "zo slim is dat niet, want hij zet een kruis van rode menie, dat zien wij aan de stenen die hij uit heeft gehakt!"
"Oei, oei", zei de dief, "dit gaat dus niet meer, het wordt tijd om wat anders te bedenken!"
En omdat hij vreselijk slim was, wat deed hij? Hij ging naar de winkel en kocht een flesje parfum met een verstuiver. Daarna ging hij onschuldig fluitende heen en hij spoot parfum op de muur. "Niemand kan het zien!" riep hij, "lekker slim!". En hij kwam terug in de pikdonkere nacht, hij snuffelde met zijn neus en hij vond de plek en hij hakte zijn gat, heel zacht, hij kroop erdoor en stal alles wat los en vast was.
Hij wachtte een poosje en weer ging hij op pad met zijn flesje en de verstuiver. En de politie dacht: Fijn, de dief is weg, want wij zien geen kruisje meer van rode menie! Maar ze roken wel een geur van parfum, maar daar letten ze niet op, zeker een vrouw die net voorbij ging.
Maar de dief kwam weer, en hij spoot zijn parfum, en zo ging dat een hele poos door. Tot de politie het door kreeg, want heel het dorp rook naar parfum. Toen noemden ze hem dus de dief die naar parfum rook, maar ze vonden hem niet.
Hij was superslim, onze dief, want wat verzon hij nu? Het was herfst, en hij kocht een takkenbezem, je weet wel, zo een waarop volgens de sprookjes, heksen rondvliegen. En wat deed hij met die bezem? Hij veegde fluitend en heel onschuldig de bladeren op een grote hoop. Juist tegen de muur waarin hij 's nachts een gat wilde hakken. "Dat valt niemand op", zei de dief, dorre bladeren liggen immers overal. Oh, wat ben ik slim!"
"Ja, kinderen", zei dominee Geurs, "dat dacht die dief, maar wat gebeurde. Het werd nacht en het was aardedonker, precies zoals hij het graag had. Hij pakte zijn bijl, hij kreeg zijn breekijzer, en hij ging op inbrekerspad.
Maar God de Heer, die alles ziet, vond dat het nu maar eens afgelopen moest zijn. Hij liet opkomen een wind en die deed wat God wilde, die wind blies voorzichtig die hoop bladeren weg. Ja, de bladeren die de dief had bijeengeveegd! En hij woei ze tegen een andere muur, en daar lagen zij dan!
Maar de dief had niets in de gaten. Daar kwam hij in de pikdonkere nacht, en hij voelde met zijn handen, met zijn breekijzer tastte hij, en eindelijk, ja!! Daar had hij de bladeren! Zij lagen nog keurig op een hoop, en tegen de muur - alleen: tegen een andere muur! Maar dat zag de dief niet, dat merkte hij niet, hij hakte, hij groef, hij brak en hij bikte, hak, hak, hak, bik, bik, bik, oh, wat is die muur toch dik!
Eindelijk had hij zijn gat en hij kroop erdoor, en: Hé, dacht hij, wat komt het mij hier bekend voor! Ik ben hier eerder geweest!
En dat klopte wel, kinderen, hij wàs daar eerder geweest, want waar stond de dief!? In de cel van de gevangenis! En daar vond de bewaker hem, en die belde de politie, en weet je wat die zei: "Hallo, dief! Wil jij zo graag de gevangenis in? Nou dat kan, maar waarom heb je zo'n groot gat gemaakt om door te kruipen? Je had toch veel beter door de hoofdingang binnen kunnen komen, die hadden we graag voor je open gedaan, want weet je, jij dief, je bent hier altijd welkom!"
"Ik heb niets gedaan!" riep de dief, want dat zeggen ze dan, maar weet je wat de politie zei? "Waarom ruik je zo lekker naar parfúm? Ben jij niet de dief die naar parfum ruikt, die wij al maandenlang zoeken?"
Ze sloten hem op, en dat was dat, daarna werd er in het dorp niet meer gestolen.
"Eind van het verhaal", zei dominee Geurs, "en wie wil er nog wat zeggen?"
"Ik, dominee", zei dikke Hendrik. "Ik weet dat het er niets mee te maken heeft, maar wat krijg je te eten in de gevangenis?"
"Brood met groene zeep!" zei dominee Geurs, zonder een spier te vertrekken.
"Groene zeep!" zei Hendrik, "zit dat niet in zo'n kartonnen bakje bij de wasmiddelen?".
"Ja joh", zei Pascal, "dat doen ze altijd met boeven. Dan worden ze schoon van binnen!"
| Algemeen gelach dus, en toen zei Marie: "Wat mij opvalt: God heeft maar een paar dorre blaadjes nodig, en een beetje wind, en de slimste dief is gevangen!" "Precies, Marie", zei de dominee, "en er zijn nog veel ergere mensen in de wereld dan dieven die gaten graven. .." " Ja", zei Pascal, "dat zijn figuren die hele gebouwen opblazen, of een trein laten ontsporen, en dan zijn er wel duizenden doden!" "Als God het wil", herhaalde Marie, "dan zijn ze zomaar verdwenen. Een hoopje dorre bladeren zijn ze, meer niet!" "Dat is de Blijde Boodschap van deze zondag", zei dominee Geurs. "Marie zegt hem. Je hoeft het kwaad niet te vrezen. Als God bij je is, deert je geen kwaad. Dat mogen wij ook weten als wij het Nieuwe Jaar ingaan. Wat er ook mag gebeuren: God is met ons!" "Dat hebben wij met het kerstfeest gevierd", zei dikke Hendrik. "Immanuel betekent: God is met ons, dat hebt u gezegd. En daarom hebben wij altijd een lekker groot feestmaal thuis!" |
De dominee lachte, en hij zei: "Hendrik, je vroeg naar groene zeep. Weet je wat er gebeurde met de dief? Hij kreeg schuim in de mond, en als hij die open deed, blies hij belletjes! En die belletjes dreven op de wind door de tralies van het raam, en kwamen in een dennenboom die daar stond. Dat werd de mooiste kerstboom van het hele dorp, hij hing vol zilveren belletjes!"
Ïn de toren, bij de uitgang, zeg ik tegen de dominee: "Mag ik "privé iets tegen u zeggen?
"Zeg wat je op je hart hebt, Sofie!" zegt hij, want hij praat altijd graag met mij, ook privé.
"De Heer komt als een dief in de nacht. Daar hebt u het helemaal niet over gehad! U had het over een gewone dief die komt in de nacht en die belletjes blaast en die ruikt naar parfum. Maar het gaat over God, en die komt niet om te stelen, en Hij ruikt ook niet naar parfum. Hij komt onverwacht, en je moet klaar zijn voor Hem, dat is de bedoeling!"
"Sofie, je hebt gelijk", zegt hij, "ik kan nog wat van je leren!".
"Maar het was een fijn verhaal hoor", zeg ik, "in de kerk wou ik dit niet zeggen, ik wou uw verhaal niet bederven. En... u moet mij niet zo gauw gelijk geven, dat vind ik niet leuk".
"Dank je, Sofie, zet het dan maar achter mijn verhaal, als je het gaat opschrijven", zegt hij.
En dat heb ik gedaan.
"Sofie", zegt mijn vriendin, "ik heb met de Kerst een flesje parfum gekregen van een aanbidder. Als wij eens een groot kruis van parfum spoten op de muur van de pastorie, vlak onder zijn raam!?"
Bron: Harmen Geurs D.D., Kollum, Friesland
Franstalige versie: protestanet.be