Protestantse Kerken België

 contact |  over ons |   organigram

De oranje trompet

Bijbelse verhalen verteld voor kinderen
Thema: Over kreten en loze leuzen
Daniel 7: De sprekende hoorn

Bijbeltekst (NBV)

Daniel 7

1-2 In het eerste jaar van koning Belsassar van Babylonië had Daniël een droom, beelden kwamen in hem op tijdens zijn slaap. Hij schreef die droom op en zijn verslag begon aldus:
‘Ik had een nachtelijk visioen waarin ik zag hoe de vier winden van de hemel de grote zee in beroering brachten. [1-2] 2 3 Vier grote dieren rezen op uit de zee, elk met een andere gestalte. 4 Het eerste dier leek op een leeuw, maar dan met adelaarsvleugels. Ik zag hoe zijn vleugels werden uitgerukt, hoe het dier werd opgetild, op twee voeten overeind werd gezet als een mens en ook het hart van een mens kreeg. 5 Toen verscheen er een tweede dier; het leek op een beer en het had zich half opgericht. Het hield drie ribben tussen de tanden van zijn muil, en het dier werd aangespoord met de woorden: "Sta op, eet veel vlees." 6 Daarna zag ik een ander dier; het leek op een panter, maar dan met vier vogelvleugels op zijn rug, en het had ook vier koppen. Dit dier werd macht toebedeeld. 7 Daarna zag ik in mijn nachtelijke visioenen een vierde dier, angstaanjagend, afschrikwekkend en geweldig sterk, met grote ijzeren tanden. Het vrat en vermaalde alles, en wat overbleef vertrapte het met zijn poten. Het verschilde van alle dieren die daarvoor verschenen waren, en het had tien horens. 8 Toen ik naar de horens keek zag ik hoe een kleine, nieuwe horen tussen de andere opkwam; drie van de oude horens werden uitgerukt om er plaats voor te maken. En in die horen bevonden zich ogen als mensenogen en een mond vol grootspraak. 9 Ik zag dat er tronen werden neergezet en dat er een oude wijze plaatsnam. Zijn kleed was wit als sneeuw, zijn hoofdhaar als zuivere wol. Zijn troon bestond uit vuurvlammen, de wielen uit laaiend vuur. 10 Een rivier van vuur welde op en stroomde voor hem uit. Duizend maal duizenden dienden hem, tienduizend maal tienduizenden stonden voor hem. Het hof nam plaats en de boeken werden geopend. 11 Ik zag hoe het dier werd gedood vanwege de grootspraak van de horen, ik zag hoe zijn lichaam werd vernietigd en aan de vlammen werd prijsgegeven. 12 De andere dieren werd wel hun macht ontnomen, maar hun werd nog enige tijd van leven gegund. 13 In mijn nachtelijke visioenen zag ik dat er met de wolken van de hemel iemand kwam die eruitzag als een mens. Hij naderde de oude wijze en werd voor hem geleid. 14 Hem werden macht, eer en het koningschap verleend, en alle volken en naties, welke taal zij ook spraken, dienden hem. Zijn heerschappij was een eeuwige heerschappij die nooit ten einde zou komen, zijn koningschap zou nooit te gronde gaan.
15 Ik, Daniël, was tot in het diepst van mijn gemoed geraakt; de visioenen die door mijn hoofd gingen brachten mij in verwarring. 16 Ik wendde me tot een van de omstanders en vroeg hem naar de ware betekenis van dit alles. Hij gaf mij deze verklaring: 17 "Die grote dieren, vier in getal, duiden op vier koningen die uit de aarde zullen opkomen. 18 Daarna zullen de heiligen van de hoogste God het koningschap ontvangen, en zij zullen het koningschap altijd behouden - voor eeuwig en altijd." 19 Toen wilde ik de ware betekenis weten van het vierde dier, dat anders was dan alle andere, buitengewoon angstaanjagend met zijn ijzeren tanden en bronzen klauwen, dat alles vrat en vermaalde en wat overbleef met zijn poten vertrapte; 20 en de betekenis van de tien horens op zijn kop en van de nieuwe horen die opkwam, waarvoor er drie moesten wijken - de horen met ogen en een mond vol grootspraak die er groter uitzag dan de andere. 21 Ik had immers gezien hoe die horen strijd voerde tegen de heiligen en hen overwon, 22 totdat de oude wijze kwam, er recht werd verschaft aan de heiligen van de hoogste God en de tijd aanbrak dat de heiligen het koningschap in bezit kregen. 23 Hij zei: "Dat vierde dier duidt op een vierde koninkrijk dat op aarde zal komen, anders dan alle andere koninkrijken, en dat de hele aarde zal verslinden, vertrappen en vermorzelen. 24 Die tien horens duiden op tien koningen die uit dat koninkrijk zullen opstaan, maar na hen zal een andere opstaan, anders dan alle vorige, en deze zal drie koningen ten val brengen. 25 Hij zal in opstand komen tegen de hoogste God, en de heiligen van de hoogste onderdrukken. Hij zal proberen hun feesten en hun wet te veranderen, en zij zullen aan zijn heerschappij zijn overgeleverd voor één tijd, een dubbele tijd en een halve tijd. 26 Dan zal het hof plaatsnemen en zal hem zijn heerschappij ontnomen worden, hij zal voor eeuwig verdelgd en vernietigd worden. 27 Het koningschap, de heerschappij en de grootheid van alle koninkrijken onder de hemel zullen gegeven worden aan het volk van de heiligen van de hoogste God. Zijn koningschap is een eeuwig koningschap en alle machten zullen hem dienen en gehoorzamen."
28 Hier eindigt mijn verslag. Wat mij, Daniël, betreft, mijn gedachten brachten mij geheel in verwarring en ik werd bleek; ik koesterde die woorden in mijn hart.'

Verhaal

Bijbels verhaal voor kinderenHet was de tijd van de wereldkampioenschappen, de televisie stond er bol van. Nederlanders vooral krijgen het dan te pakken. Overal in de kerk zie je jongeren in het oranje zitten. Ouderen ook, trouwens.

Mijn vriendin Letitia heeft uit Daniël 7 gelezen. Een onbegrijpelijk hoofdstuk, vind ik. En dat vonden de mensen ook, want ze zaten met glazige ogen voor zich uit te kijken. Ik zal zeggen hoe ik het heb gehoord. De Joodse mensen in Israël hadden het moeilijk. Ze hadden opeens last van een hoorn die ogen had en een mond, een hele grote, want hij stond er hard mee te schreeuwen. Tegen de Joden, blijkbaar. Waar hij zich zo kwaad over maakte, ik weet het niet, dat zullen we wel horen, daar heb je een dominee voor, nietwaar?
Toen kwam God. Hij zette een grote troon en ging er op zitten. Nu gaat Hij orde op zaken stellen, dacht ik, het zal hoog tijd worden!
Dan wordt die horen in elkaar geslagen, en of dat nog niet genoeg is, hij wordt ook nog in een molen gestopt en tot gruis gemalen, en iedereen blij. Eind goed, al goed, denk ik, maar wat betekent dat nou?

"Kijk, kinderen", zegt de dominee, "jullie zitten hier met z'n twaalven, en tien zijn er in het oranje vanwege de voetbal. Als je bij de kampioenschappen op de tribune zit, zie je dat sommige supporters een hoorn hebben, een oranje hoorn,. Daar blazen ze op om hun elftal aan te moedigen..."
"Ook als er een doelpunt is", zegt Pascal, "en dan extra luid!"
"Juist", zegt dominee Geurs, "en daarom vertel ik jullie het verhaal van de oranje trompet. Er was in het land Syrië, het is heel lang geleden, een boze koning die een hekel aan de Joden had. Die hoorden er niet bij, vond hij. Antiochus Epiphanes heette hij, Super Anton, betekende dat".
"Had hij die oranje trompet", vraagt dikke Hendrik, "was hij een supporter van een club?"
"Nog erger, Hendrik", zei dominee Geurs, "hij wàs de trompet. Daarom zegt de Bijbel dat die toeter ogen had, en een mond. Hij stond maar te schreeuwen: de Joden moeten weg!!!
"Maar God zit op de troon", zegt Marie ( zij draagt geen oranje ), "Hij zal wel helpen!"

"Zéker, Marie", zegt hij, "hoor maar mijn verhaal van de oranje toeter. Mijn buurjongen heeft hem, en hij blaast er op. Heel de buurt hoort dat, maar niemand vindt het erg, iedereen is voor het elftal Oranje. En als Oranje heeft gewonnen, dan gaat hij de hele buurt door, en hij blaast, en hij blaast, zodat iedereen weet: er is weer een doelpunt gevallen.

Dat doet hij sinds kort ook bij de school. Voordat de bel gaat loopt hij heen en weer voor de ramen met die oranje toeter van hem, en horen en zien vergaat je, echt waar, maar iedereen vindt het leuk.
Ja, maar niet de baas van de school, dat is mijnheer Tromp, een echte Hollandse naam. Hij draagt geen oranje, dat doe je niet als bovenmeester. Een poosje laat hij Tommetje toe, want zo heet mijn buurjongen: Tom. Maar op een gegeven dag had de klas van Tommetje vrij, maar de andere klassen niet, en toen was hij daar weer, en maar blazen. Super vonden de leerlingen dat, en ze noemden hem Super Tom. Net als Super Anton uit de Bijbel"
"Dat is even stom toevallig!" zegt Pascal.
Dan stuift de bovenmeester naar buiten, en hij zegt tegen Tom: "Luister. Ik wil je hier voor de school niet meer zien met je toeter. Dat is mooi afgelopen, hoor je me? Geen getoeter meer hier voor de school!"
"Nee mijnheer", zei Tom.
"Anders pak ik hem af!" zei de meester.

Maar die avond won Oranje een van de voorrondes, en het gejuich in de buurt was groot. En wat doet Tom de volgende morgen? Daar gaat hij naar de school. O, o, dacht ik, dat gaat mis, maar eventjes kijken!
Dus ik ga naar de school, en wat zie ik? Daar loopt Tom niet vóór de school, maar er àchter. Daar gaat hij heen en weer, en hij geeft een Super Blaas. Zó luid, dat iedereen in school het wel moet horen.
Daar heb je de meester weer, mijnheer Tromp. Hij stuift om de hoek, en hij roept: "Wat heb ik gezegd!?"
"Dat u mij vóór de school niet wilt zien. En ook niet horen. Daarom blaas ik nu áchter de school, mijnheer, want dat mag! Dat hebt u zelf gezegd!"
"Ik heb niets gezegd!" briest de meester, net als een paard, "en geef hier die toeter, die ben je kwijt!"
"Ach néé, mijnheer!" riep de hele school, en de meesters ook, "dit is Super Tom, hij supportert Oranje!"
Toen liet bovenmeester Tromp Tommetje gaan, maar zijn toetertje lag wel in tweeën...

Ik kom hen tegen op het pad naar het plein waar wij wonen. Verdrietig natuurlijk. "Buurman, waar moet ik nu op blazen als Oranje straks de wereldcup wint!?"
"Tom, kom maar mee", zeg ik, want ik heb op mijn bureau ook zo'n oranje toeter liggen..."
Dan zegt Pascal, een van de twaalf: "Dominee foei! Een voetbaltoeter op uw bureau! Ik dacht dat dominees alleen bijbels op hun bureau hadden liggen!"
"Heb ik ook!" zegt hij, "een hele stapel, maar daar lag die toeter tussen..."
"Was die ook oranje?" vraagt Hendrik.
"Ja, natuurlijk!" roept Pascal, "andere heb je niet!"

"Luister nou verder", zegt hij, "Ik geef hem dus die toeter. Hij had tranen in de ogen, zo blij was hij. "Nu wint Oranje gegarandeerd!" zegt hij, "dat kan nu niet meer missen!"
"Als dat zo is, "zeg ik, "dan kom jij voor mijn raam, en dan mag je blazen zo hard je wilt!"
O, wat glunderde hij! "Ja, dominee, en dan komt u naar buiten, en dan gaan we samen rondjes lopen om de school!"
Hij was niet kalm te krijgen, die Super Tom, hij liep weken in het oranje, ik zag dat hij zelfs schoenen had waar de kleur oranje in zat, "Tom, hoe kom je daaraan".

"Gewoon goed zoeken"", zegt Tom.
"Gewoon goed zoeken", herhaalt mijn vriendin uit haar hoekje. "Zoeken naar God, daar gaat het om, niemand hoeft mij dàt te vertellen. Maar het valt niet mee, want waar vind je Hem...?"
"In de kerk", zegt dikke Hendrik, "dat is toch simpel!"

Ik zie dat Marie hem een por geeft, ze zegt: "Ik weet van mijn tante Elsa die in de stad bij een synagoge woont, dat de Joden daar op een hoorn blazen als het feest is. Het was Nieuwjaar, toen heb ik het zelf gehoord, heel luid en langgerekt, je blijft het horen..."

Joden blazen op een hoorn als het feest is


"Goed zo, Marie", zei hij, "God kan je vinden op de grote feesten, op Pasen als Hij opstaat, op Pinksteren, als hij een optocht van lichtjes geeft, en maakt dat je zèlf een lichtje bent... Net als die rare koning, maar dan anders, die zelf een hoorn was."
"God vind je ook op de Kerst", zei Marie dromerig, "als Hij in de stal wordt geboren, en engelen op de bazuinen blazen, dat zegt een kerstliedje, tenminste..."

‘Daar weet ik de kleur van", roept Hendrik, die de por is vergeten. "Ze zijn van goud, dat zegt het liedje ook. De kleur is goud!"
Daarmee was het verhaal over de hoorns gedaan. Iedereen was tevreden.

‘De Heer is Koning, Hij regeert altijd'.

Dat hebben wij nog gezongen. Juffrouw Blaton op het orgel zette de trompetten aan...

Bron: Harmen Geurs D.D., Kollum, Friesland


Terug naar boven
Verenigde Protestantse Kerk in België
Brogniezstraat, 44
B, 1070 Brussel
T: 02 511 44 71
Neem contact op

Franstalige versie: protestanet.be