Bijbelse verhalen verteld voor kinderen
Thema: Hoe je licht laat schijnen voor de mensen
Joh. 12 vers 36: Geloof in het Licht, zolang je het bij je hebt
Johannes 12
36 Geloof in het licht zolang u het licht bij u hebt, dan bent u kinderen van het licht.' Na deze woorden ging Jezus weg en hij hield zich voor hen schuil.
Ds Geurs had het in de kerk over goede eigenschappen die je kunt hebben. Die heten deugden, zei hij. Paulus zegt in een van zijn brieven: Volgt mij na, zoals ik Christus volg (1 Cor 11: 1). „Wie weet wat hij daarmee bedoelt", vroeg hij. Toen zei dikke Hendrik: „Als Marie een ijsje koopt, doe ik het ook". Algemeen gelach. Dat joch is zo verschrikkelijk dom.
Mijn vriendin zei: „Paulus neemt een voorbeeld aan Jezus, wat die zei en deed. En nu wil hij dat wij hetzelfde doen. Zoiets, denk ik". En zo wàs het, zei dominee Geurs, en hij vertelde over de zeven deugden van een straatlantaren. Over zeven goede eigenschappen die een fatsoenlijke straatlantaren heeft. Het verhaal liep als volgt:
„Kinderen, op de hoek van het plein waar ik woon staat een lantaren. Die is daar wel nodig, want als het donker is zie je anders de inrit naar het plein niet. En er loopt een paadje langs waar veel fietsers en wandelaars gaan. Die zouden, als het donker is, de stoeprand niet zien. Ja kinderen, die lantaren is nodig, daar is geen twijfel aan".
„Zijn eerste deugd is dat hij licht geeft aan de mensen", zei Pascal. „Nu komen er nog zes, het zal mij benieuwen!
„Ik kijk vaak naar hem", zei dominee Geurs, „ook als het dag is en hij niet brandt. Dan komen er mensen langs met hun hond. En àltijd willen die honden plassen tegen die lantarenpaal. Geen enkele hond slaat dat over, ze trekken net zo lang aan hun lijn tot hun baas blijft staan. Ik heb dat eens bekeken. De eerste dertig centimeter van onderen af is die lantarenpaal plaspaal".
„Dat doen honden om hun terrein af te bakenen", zei Pascal. „En om andere honden te laten merken dat ze daar zijn geweest, een soort visitekaartje. Tweede deugd: de straatlantaren is een plaspaal. Nu komen er nog vijf!"
„Als de kinderen vrij zijn van school", zei de dominee, „dan spelen ze bij die paal. De meisjes binden er hun springtouw aan, zo'n halve meter boven de grond, en de jongens draaien er rondom met één hand vast bij het aftellen voor verstoppertje, dat is op één meter hoog, en ze laten hem los als ze zijn uitgeteld, en roepen: Ik kom!!!"
„Derde deugd: spelletjespaal!" zei Pascal. „Nu komen er nog vier!"
„Juist", zei dominee Geurs, „nog vier! Boven één meter is hij een klimpaal, voor jongens vooral. Die klauteren erin om hoog om te laten zien hoe goed ze dat kunnen. Tot aan het bordje meestal, waar de naam van het plein op staat, hoger durven ze niet, en dan roepen ze naar beneden: Kijk eens hoe hoog ik durrèèèf!"
„Deugd vier: hij is een klimpaal!" riep Pascal, nu komen er dus nog drie!"
„Boven het bordje met de straatnaam is hij een paal voor acrobaten, dat is op drie meter, een soort circuspaal. Voor de grotere kinderen meestal. Die zetten hun voeten op het bordje en klauteren hoger, tot vlak bij de lamp, hoger durven ze niet. En ze maken daar de gekste toeren. Er is ook al eens een naar beneden gevallen, maar gelukkig is er veel gras, dus de schade viel mee".
|
„En wat heeft dat nou te maken met ons", vroeg Letitia, mijn vriendin. „Maar je dient ook als plaspaal, dat weet ik toevallig verdraaid goed", zei mijn vriendin. „Want er wordt wat tegen je aan ge...". En ze gebruikte een woord dat de dominee uit mijn tekst heeft geschrapt. „Thuis", zei mijn vriendin, „op school, en overal. En dat moet je leren verdragen, maar ik vind dat soms wel verd... moeilijk!" (Weer een schrap van de dominee). „Ja", zei Letitia, „maar minder gezellig is het als mensen je gebruiken om hogerop te komen. Daar klaagt mijn vader vaak over, op zijn werk Ze misbruiken jou om bij de bazen in de gunst te komen. Dat is vaak nog moeilijker te verdragen dan dat ze tegen je... aanplassen, zal ik maar zeggen!" |
„En de andere deugden?" vroeg Pascal, „waar blijven die? Er zijn er nog twee over!"
„Hij geeft licht", zei de dominee.
„Dat zei u al", riep Pascal, „weet u niet meer, moeten wij helpen?".
„Nee jongen, maar luister. Ik heb eens gezien hoe dat gaat als het donker wordt en het koud is. Wat doen de vogels dan? Ze gaan op het kapje zitten waar de lamp onder brandt. Dan worden, denk ik, hun pootjes lekker warm, en daar zitten ze dan een hele poos". .
Toen zei Marie: „Wat mooi vind ik dat! Ik heb zo vaak vogels op die straatlantaren zien zitten, want ik woon dicht bij u, en nu weet ik waarom! Ik probeer zelf ook wat warmte te geven, thuis, als iedereen een slecht humeur heeft. Dan vertel ik vaak een van uw verhaaltjes, dominee, en dat helpt! En mijn parkietjes luisteren dan ook in hun kooitje, heel stil, kopje scheef. En ik laat des winters ook een lampje boven hen branden on ze warm te houden".
„Nog één deugd moet u noemen, zei Pascal, maar u zit al aan de top, op zes meter, hoger komt u niet!"
„Dan gaan we naar de basis", zei dominee Geurs.. „Naar de eerste dertig centimeter, waar hij plaspaal is. Wat zit daar onder?"
Stilte in de kerk. Toen zei Hendrik de Dikke: „Daar zit een soort korfje, een metalen ding dat ze ingraven in de grond, zodat hij stevig staat. En daar trekken ze de elektrische kabel doorheen naar de lamp toe, of zo. En ze stampen de aarde aan, ik heb dat laatst gezien toen onze buurvrouw zo'n paal had omgereden. Maar nu staat de lantaren weer mooi vast. Zolang buurvrouw geen autorijdt, teminste!"
Weer algemeen gelach, vooral omdat die buurvrouw in de kerk bleek te zitten.
| Maar wat deed ze? Ze zei: „Je moet voor je geloof een goed fundament hebben, anders valt alles om!" „U kan het weten", zei mijn vriendin. Ze heeft wel gevoel voor humor, die buurvrouw! |
En de dominee vroeg of er nog vragen waren. Ja, nog een, van Marie. „Dominee, denkt u dat wij als het mei is van die straatlantaren een meipaal mogen maken? Dat heb ik in Engeland gezien, toen ik bij mijn tante was. Ze slingeren lange bloemenkransen om die paal en ze doen er linten aan, en dan doen ze allerlei spelletjes!"
„Bloemen om de plaspaal", zei mijn vriendin met de ogen dicht, „bloemen om de spelletjespaal, bloemen om de turnpaal, bloemen om de hoed - ik zie dat helemaal zitten!"
Iedereen zag dat zitten, dat werd afgesproken. Maar voorlopig is het nog lang geen mei....
Bron: Harmen Geurs D.D., Kollum, Friesland
Franstalige versie: protestanet.be