Protestantse Kerken België

 contact |  over ons |   organigram

25 - Eucharistie, bloed en verbond.

Meditaties en studies voor een heel kerkelijk jaar, door Gerard F. Willems
Week 25 van het kerkelijk jaar
Exodus 24,1-11 • Genesis 15,7-21 •

Meditaties en studies voor een heel kerkelijk jaar, door Gerard F. WillemsDe woorden die Jezus uitspreekt bij het brood en de wijn van het Heilig Avondmaal, zijn zogenaamde Avondmaalswoorden, zijn uitermate belangrijk. Samen met het Onze Vader gebed vormen zij zeer essentiële uitspraken die, hoe dan ook, op Jezus zelf teruggaan. Tegelijk bekleden deze woorden van Jezus een zeer wezenlijke plaats in de christelijke eredienst. Het Onze Vader en de instellingswoorden van de eucharistie mogen en kunnen nooit ontbreken in een echte christelijke liturgie. Zij vormen het ware hart van de dienst.
Volgens Paulus en Lucas zegt Jezus bij het breken en het uitdelen van het brood: Dit is mijn lichaam dat voor U gegeven is; doet dit tot mijn gedachtenis. Zoals het brood, wordt Jezus’ lichaam gebroken, wat inhoudt dat hij daarvoor moet sterven. Op gelijke wijze zal zijn lichaam tot voedsel worden, dat leven geeft aan de deelnemers. Volgens Paulus (en in mindere mate Lucas) zegt Jezus bij het doen rondgaan van de beker: Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed; doet dit... tot mijn gedachtenis. Bij Marcus en Matteüs luidt het kelkwoord: Dit is mijn bloed, van het verbond, dat voor velen vergoten is (tot vergeving der zonden; zo alleen bij Matteüs). Het gaat om Jezus’ bloed, dat vergoten wordt, wat weer inhoudt dat hij daarvoor moet sterven. De wijn wordt gedronken als leven schenkende drank voor de deelnemers. Het probleem bij deze vergelijking is echter dat in het jodendom bloed van dieren nooit gedronken of gegeten wordt. Het vlees van dieren mag men eten, maar zonder het bloed. Om de vergelijking over het bloed te verstaan moet men dus allereerst het drinken vergeten en dus ook de beker die er verband mee houdt. De essentiële woorden en begrippen die dan overblijven om de gedachte te verstaan zijn (nieuwe) verbond en mijn bloed. Wat is het verband tussen verbond en bloed? Dit is de essentiële vraag waar alles om draait.

Wanneer men zich om een antwoord op deze vraag te krijgen tot de Hebreeuwse bijbel wendt, dan moet men opmerken dat er daar over verschillende godsdienstige verbonden tussen God en mens gesproken wordt. Men kent er voornamelijk het verbond met Noach, met Abraham, en het verbond van de Sinai. In dit verband treft men éénmaal het typische zinnetje aan: Zie het bloed van het verbond dat JHWH met u gesloten heeft, op basis van al deze woorden. Men leest dit in Exodus 24,8 en het is Mozes die de woorden uitspreekt aan de Sinai. Hoe zit dat nu met onze eerste lezing uit de Schrift?
De context van Exodus 24 is alles behalve duidelijk. In hoofdstuk 19 wordt het verbond aangekondigd en openbaart God zich op de Sinai. Hoofdstuk 20 geeft de tien geboden. Van 20,22 tot 23 treft men het zogenaamde bondsboek aan, een zeer oude verzameling van wetten. Onze eerste lezing beschrijft de eigenlijke verbondssluiting bij de Sinai (Exodus 34 gaat over de vernieuwing van dit verbond). Hoofdstuk 25 en volgende handelen dan over de inrichting van de cultus...
Wat vertelt onze lezing nu over de verbondssluiting? Verschillende thema’s, die men wel aan verschillende bronnen heeft toegeschreven, komen aan de orde. De verzen 1 en 2 zeggen dat Mozes, Aäron, Nadab en Abihu, samen met de zeventig oudsten, de Sinai moeten opklimmen. Alleen Mozes zal verder klimmen tot bij God. Het volk moet beneden blijven. De verzen 3-8 hebben het over Mozes en het volk beneden. Het volk belooft al de woorden en de wetten van God, die Mozes gehoord heeft, te zullen doen. Mozes schrijft al de woorden op. Hij bouwt een altaar met daarbij twaalf stèles voor de twaalf stammen. Jonge Israëlieten offeren brandoffers en vredeoffers. Mozes neemt de helft van het bloed van de offerdieren en doet het in schalen. De andere helft sprenkelt hij op het altaar. Mozes leest dan het verbondsboek (het bondsboek? de tien geboden?) voor aan het volk. Het volk antwoordt met: Al wat JHWH gesproken heeft, zullen wij doen en ernaar luisteren. Hierop neemt Mozes het bloed van de schalen en besprenkelt er het volk mee. Hij spreekt daarbij de zin uit die wij reeds eerder vertaalden (24,8). De verzen 9-11 sluiten nu aan bij de eerste twee, en spelen op de berg. De vier genoemde mannen en de zeventig oudsten bestijgen de berg. Zij zien de God van Israël. Onder zijn voeten bevindt zich een plaveisel als van saffier (de hemel?). God doet de mannen geen kwaad. Zij aanschouwen God, zij eten en zij drinken (het vlees van de vredeoffers en offerwijn?)... Later zal Mozes alleen hoger klimmen (zie ook hoofdstuk 34).
Men kan zeggen dat de eigenlijke verbondssluiting van de Sinai die wij overlopen hebben, twee brandpunten heeft. Eerst gaat het om een ritueel met bloed, waarbij de beide verbondspartners door het bloed aan elkaar verbonden worden. Het altaar symboliseert God, en het bloed op het altaar betreft God als partner. Het bloed gesprenkeld over het volk, betreft de andere partner. Door het bloed zijn God en Israël aan elkaar geklonken. Het aanhoren en aanvaarden van het verbondsboek, uitgerekend tussen de beide besprenkelingen in, is in dit verband evenzeer belangrijk. Het andere brandpunt van de verbondssluiting draait om Mozes, Aäron en twee van zijn zonen, en de zeventig oudsten van het volk. Wij zouden zeggen dat het gaat om de burgerlijke en de priesterlijke leiding van het volk. Ter wille van het volk, aanschouwen zij God, en eten en drinken in zijn aanwezigheid. Het eten en drinken is het ritueel dat God en volk aan elkaar bindt. De maaltijd bevestigt en sluit het verbond. Men kan de beide brandpunten ook aanduiden als offerbloed gekoppeld aan een document, en als offermaaltijd of beter verbondsmaaltijd. Het is de verdienste van J.Wijngaards (1) en andere onderzoekers geweest, te laten zien dat alles wat hier over het verbond gezegd wordt ook bekend was in de politieke wereld der Hethieten. De koning en zijn vazallen sloten op dezelfde wijze bondgenootschappen af met rituelen en documenten.
Misschien is het mogelijk Exodus 24 nog wat te verduidelijken door het gedeelte te vergelijken met twee andere bijbelplaatsen. Eerst is er onze tweede lezing, uit het boek Genesis. Het gaat daar om de verbondssluiting van God met de aartsvader Abraham. Het ritueel verloopt als volgt. Abraham moet drie stuks vee van drie jaar in twee snijden en de helften tegenover elkaar op de grond leggen. Twee soorten duiven moet hij doden maar niet delen. Als het nacht geworden is, gaan een rokende oven en een brandende fakkel tussen de tegenover elkaar liggende helften door. De oven en de fakkel symboliseren blijkbaar God, die het verbond sluit door het gaan tussen de dieren. Van Abraham wordt niet gezegd dat hij het ook doet, iets wat eigenlijk wel moest. Het verbond wordt hier eenzijdig getekend als een gave van God aan de aartsvader. Een ander stuk dat men kan vergelijken is Jeremia 34,18v. De profeet verwijt de leiders en het volk van Juda en Jeruzalem dat zij het verbond met God verbroken hebben. Zij zijn tussen de helften van het in tweeën gedeelde kalf doorgegaan bij de sluiting van het verbond, maar door hun ontrouw zullen zij nu worden als dat kalf. De vijanden zullen komen en hen doden, hun lijken zullen worden tot voedsel voor de vogels des hemels. De functie van de in twee gedeelde dieren in het ritueel van de verbondssluiting is duidelijk. De beide partners moeten er tussen lopen, zij horen voortaan bijeen als de twee helften van de dieren. Wie zich niet aan deze code houdt, hem overkomt het lot van de dieren, de dood. Het in twee gedeelde dier symboliseert tegelijk de zegen en de vloek van het verbond. In Exodus 24 spreekt men niet over gedeelde dieren, maar over in tweeën verdeeld bloed. De symboliek blijft echter dezelfde. Het bloed waarborgt het verbond in positieve zin, en veroordeelt de ontrouwe partner tot de dood in negatieve zin.
In het latere jodendom gaat men verder nadenken over deze hele verbondssluiting van Exodus 24. De eigenlijke inhoud van het verbond wordt onder meer zo omschreven: Israël zal geen andere goden aanhangen, en God zal zich geen ander volk kiezen. Het gaat dus om een exclusieve relatie tussen het volk en God. De bijbeltekst zegt verder dat de beide partners besprenkeld worden. De joodse geleerde L.Ginzberg (*) merkt evenwel op dat in de oudste joodse bronnen niet gesproken wordt over een besprenkelen van het volk. De eerste helft van het bloed, bestemd voor God, wordt op het altaar gesprenkeld. De tweede helft, bestemd voor het volk, wordt eveneens op het altaar gesprengd. Maar men zegt erbij dat dit bloed bedoeld is om te verzoenen voor het volk. Ginzberg ziet in deze uitleg een polemiek tegen de christelijke propaganda. Israël heeft het bloed van Jezus niet nodig.

Wat kan dit nu allemaal voor het Heilig Avondmaal betekenen? Eerst en vooral dit, dat het Avondmaal een verbondsmaaltijd met God is, naar het voorbeeld van de verzen 9-11. Bij God en voor God zit men aan. Hij zelf wordt op een grootse manier beschreven. Het gaat daarbij niet om de mens als individu, maar om de mensen als volksgemeenschap, als Kerk, wat men merkt aan de zeventig oudsten en de vier leiders. Aan deze maaltijd wordt offervlees gegeten, en offerwijn gedronken, die niets met bloed te maken heeft.
In de tweede plaats, realiseert Jezus’ bloed, juist zoals het offerdierenbloed in de verzen 3-8, het verbond. Het bloed legt de band tussen God en het volk, of de Kerk. Men moet goed op de instellingswoorden van de eucharistie letten, die soms verkeerd vertaald worden; het is niet Jezus’ verbond en ook niet het verbond met hem. Het gaat enkel om zijn bloed. Jezus is binnen het geheel slechts een middel, wellicht vooral voor niet-joden. Dit is het positieve aspect van het bloed. Maar ook het negatieve geldt. Wanneer men het verbond met God breekt, is men des doods schuldig. Het bloed van die overtreder wordt vergoten, juist zoals het bloed van Jezus.
Tenslotte moet men met nadruk zeggen dat het kelkwoord van de eucharistie zinspeelt op heel wat andere Schriftgedeelten die wij hier niet behandelen. Men kan denken aan begrippen als het ‘nieuwe’ verbond, aan de lijdende knecht, aan het zondeoffer. Vooral ook aan het bloed van het Pesachlam dat aan de deurposten gestreken wordt. Het lam van Pesach houdt echter geen verband met een verbondssluiting. Iets wat wel verband houdt met een verbond, en wat wij niet ter sprake hebben gebracht, is de verbondsvernieuwing. Het was de gewoonte op regelmatige tijden (ieder jaar?) het verbond opnieuw te bevestigen, te actualiseren. Daarbij werden offers gebracht voor de mogelijk begane overtredingen. Men kan zeggen dat het bloed van deze offers, binnen het raam van de verbondsvernieuwing, de zonden wegneemt en verzoenend werkt. De menselijke partner mag met een schone lei herbeginnen en het verbond voortzetten. Matteüs lijkt op deze dingen te zinspelen, evenals de oude joodse uitleg die wij aanhaalden.
De zin en de betekenis van de eucharistie is een zeer complexe materie, die verweven is met een massa bijbelse voorstellingen. Het aspect dat wij ter sprake gebracht hebben vanuit Exodus 24, is daarbij zeker het meest verwaarloosde facet. Toch kan men juist voor het geheel van de Schrift moeilijk een thema vinden dat zo fundamenteel is als het verbond.

Bron: Ds. G. Willems


Voetnoot

(1) Zie J.Wijngaards, Vazal van Jahweh, bbb reeks 45, Baarn 1965, p.84v, 145, 152. Verder Louis Ginzberg, Legends of the Jews, Philadelphia 1909-1938, deel 3 p.88-90 & 6 p.34v.


Terug naar boven
Verenigde Protestantse Kerk in België
Brogniezstraat, 44
B, 1070 Brussel
T: 02 511 44 71
Neem contact op

Franstalige versie: protestanet.be