Meditaties en studies voor een heel kerkelijk jaar, door Gerard F. Willems
Week 52 van het kerkelijk jaar.
Exodus 2,15-22 • 1Korintiërs 13,1-8 & 13 •
Het huwelijk bestaat uit een bijzondere relatie, een nieuwe band, die tussen een man en een vrouw gesmeed wordt. Dit gebeurt tijdens plechtigheden van uiteenlopende aard, die een blij en vrolijk karakter dragen. Een huwelijk hangt samen met de menselijke cultuur, in die zin dat de nieuwe band door de echtgenoten gewild en in alle vrijheid gekozen wordt. De nieuwe relatie is geen bestaand iets, geen natuurlijk gegeven, dat men dient te aanvaarden omdat men er niets aan kan veranderen. Natuurlijke verbanden tussen mensen berusten bijvoorbeeld op afstamming en bloedverwantschap. Een mens kan niets veranderen aan het natuurlijke feit dat hij een concrete vader en moeder heeft, en broers en zusters. Nu is het huwelijk precies niet zo een bloedband, het is een gekozen en gewilde relatie, tussen een man en een vrouw. Zo een band, die een vrije daad is van een koppel, kan bij andere mensen weerstanden oproepen, omdat zij vinden dat de keus niet te verantwoorden valt. Menselijke beslissingen kunnen steeds aangevochten en in vraag gesteld worden. Zo spelen bij het huwelijk religieuze achtergronden dikwijls een belangrijke rol.
Wanneer we dit allemaal op een rijtje zetten, dan zou men kunnen zeggen dat het huwelijk hoofdzakelijk met drie relaties of drie probleemgebieden te maken heeft. Helemaal centraal staat de nieuwe band tussen bruid en bruidegom. Men moet echter ook rekening houden met de verhouding tussen het bruidspaar en de verwanten, de mensen aan wie het door afstamming gebonden is. In de derde plaats is er verder de religieuze relatie van de echtgenoten tot elkaar. Bij elk van deze betrekkingen willen wij even stilstaan.
De zogenaamd gemengde huwelijken nemen in onze tijd alsmaar toe. Wij willen het hier hebben over het huwelijk tussen een katholiek en een protestant, maar men kan zich even goed heel andere combinaties indenken. Aan verscheidenheid is er geen gebrek.
Aan het begin van de 16e eeuw waren alle westerse christenen het over één ding eens: de Kerk moest hoognodig in hoofd en leden hervormd worden. Gedwongen door de omstandigheden nam Luther, en later Calvijn, daartoe een initiatief. Enkele tientallen jaren later kwam de officiële katholieke hervorming van het concilie van Trente (1545). Het jammere is dat deze reformatie-bewegingen elkaar nooit gevonden hebben, en eerder tegen elkaar zijn gaan werken. Zo werd voor goed de Westerse Kerk gescheurd. Een scheuring is nooit een plezierige zaak. Gelukkig komt er in onze tijd toenadering tussen katholieken en protestanten dankzij de oecumenische beweging.
In het jaar 1970 publiceerden de Belgische bisschoppen een document over de gemengde huwelijken tussen christenen. Aan het einde van deze tekst kan men de volgende mooie zinsneden vinden: het gemengde gezin heeft een bijzondere betekenis in het geheel van de oecumenische beweging... in de kleine kerk, die hun gezin is, kunnen zij een voorafbeelding worden van de christelijke eenheid die nog komende is. Deze hoopvolle woorden der bisschoppen zouden wij zo willen uitleggen, dat de gemengd huwenden tot de genoemde eenheid zullen komen door zich samen te concentreren op het essentieel christelijke, binnen het raam van de vele tradities. Daarbij zullen allerlei kleinere details deel gaan uitmaken van het bijkomstige, waarin er een grote verscheidenheid mag heersen, die geheel aanvaardbaar is.
Het verhaal over het huwelijk van Mozes met Sippora kan zeer wel als meditatiestof voor het gemende huwelijk dienen. Bij een eerste lectuur lijkt het allemaal nogal idealistisch. Het doet denken aan schilderijen, gedichten of romans die het wel en wee van de herders, het pastorale leven, behandelen. Het gaat over schapen en lammetjes, over een herder en een herderinnetje... Maar er is meer. Het gangbare algemene beeld, maakt plaats voor dat van het concrete Midjan, het heidense land ten zuidoosten van de golf van Akaba. Mozes, de jood, huwt dus met Sippora, de heidense! Dit is een erg gemengd huwelijk; de grondlegger van het jodendom trouwt zelf met een vereerster van afgoden. Hoe kan hij dat in 's hemels naam doen? De rabbijnen vertellen (Midrasj Exodus Rabba 1,32v) dat het geheim van het verhaal zit in de naam Sippora. Sippora betekent in het Hebreeuws vrouwelijke vogel. Welnu, zoals een vogel de kleinste kruimels van de grond oppikt, zo reinigt Sippora het huis van haar vader, van alle overblijfselen der afgoderij. Dankzij Sippora blijft alléén de dienst van de ware God over... Zo kan ook nu door een gemengd huwelijk, iets van de hoogmoed en het bijgeloof van de kerken opgeruimd worden, zodat in de Kerk het ware gelaat van Christus zichtbaar wordt.
Hoe staat het nu verder met het verband tussen het bruidspaar en de verwanten van beide zijden? Men zal hierbij vooral aan de vader en moeder, zowel van bruid als van bruidegom moeten denken.
De ouders van beide kanten hebben de echtelingen opgevoed. Dit is allerminst een kleinigheid in deze tijd. Opvoeden betekent kort gezegd iemand leiden naar een zelfstandig en onafhankelijk leven. Men kan daarom de vraag stellen: welke beloning ontvangen de ouders voor hun prestatie? Of anders gezegd: gaan de kinderen bij hun huwelijk weg en laten zij een openstaande schuld achter bij hun ouders? Wij menen van niet. De beloning voor het opvoeden ligt immers in het opvoeden zelf, in het delen van lief en leed met zijn kinderen. Het delen van vreugde en verdriet is precies de zin van het leven. Het nu zelfstandige bruidspaar, zal straks geheel belangeloos hetzelfde doen met zijn kinderen, of met degenen waarvoor het verantwoordelijk wordt. Men mag dus zeker niet denken in termen van uitstaande schuld.
De belangrijkste bijbeltekst over het huwelijk - een vers dat zowel door Jezus zelf als door Paulus geciteerd wordt - luidt (Genesis 2, 24), Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en zij zullen tot één vlees zijn. Wanneer men scherp leest, dan betekent dit dat de nieuwe huwelijksband belangrijker en sterker dient te zijn dan de afstamming of de bloedverwantschap. Men moet zijn ouders verlaten om een nieuwe eenheid te vormen als echtgenoten. Dit is eigenlijk een zeer bevreemdende stelling binnen de bijbelse samenleving, die men gewoonlijk als patriarchaal typeert. Patriarchaat zou immers betekenen dat het jonge paar bij de vader van de man gaat inwonen, zoals men dit herhaaldelijk kan lezen in de verhalen der aartsvaders.
Hoe is deze relatie bruidspaar ouders nu in het verhaal van Mozes en Sippora? Als vluchteling staat Mozes heel alleen, zonder ouders. Maar Sippora leeft met haar zussen bij haar vader, Reüel of Jetro. De bijbeltekst zegt niets over de verhouding dochter vader, maar de rabbijnen weten te vertellen (Targum Pseudo-Jonatan van Exodus 2,15-22) dat Jetro de vluchteling uit Egypte niet wil helpen. Blijkbaar is hij bang voor eventuele represailles van farao. Dus gooit Jetro Mozes in een diepe put, waarin hij zal sterven van honger. Sippora gaat echter in het geheim Mozes te eten geven, tien jaar aan een stuk, tot de dag van zijn bevrijding. Zij bindt zich aan Mozes. Het is duidelijk dat de nieuwe relatie Sippora Mozes, sterker is dan de stem van het bloed. Zij komt in opstand tegen de wil van haar vader, en maakt zo de betekenis van de liefde en het huwelijk duidelijk.
De kern van het huwelijk blijft natuurlijk de relatie tussen de bruid en de bruidegom. Daarmee begint en eindigt alles. De andere banden hebben slechts een bijkomende betekenis.
Het verhaal uit Exodus 2 is eigenlijk echt romantisch. De gespierde Mozes verdedigt zeven zwakke herderinnetjes. Hij houdt de boosaardige herders op afstand, zodat de meisjes hun kudde kunnen drenken en niet van de drinkbakken worden weggejaagd, zoals op andere dagen. De sterke en dappere man beschermt de zwakke, mooie vrouwen... Bij nader inzien hoort deze geschiedenis helemaal thuis in de traditionele mannencultuur. Doorgaans functioneert de bijbel, het jodendom, het christendom en eveneens de islam (het verhaal van Mozes en Sippora komt ook in de koran voor, zie sura 28, 22-28) binnen het raam van deze gedachtenwereld.
Toch hoort men ook andere geluiden. Sommige rabbijnen zien de vrouw als evenwaardig aan de man, juist in haar anders zijn. Man en vrouw zijn evenwaardige partners, precies door het feit dat zij zo van elkaar verschillen. In het reeds aangehaalde verhaal, redt Sippora Mozes' leven door hem eten te brengen in de put. Sippora doet dus eigenlijk méér dan Mozes. Mozes helpt enkel tegen de kwaaie herders, maar het wordt geen zaak van leven en dood. Is dan misschien Sippora (de vrouw) groter dan Mozes (de man)? Toch niet, want als men goed leest, dan redt ook Mozes het leven van Sippora en haar zusters. In de reeds aangehaalde bron, wijzen de rabbijnen erop dat in Exodus 2,17 letterlijk niet helpen maar wel redden staat, wat men moet verstaan als redden van de verdrinkingsdood (vergelijk Psalm 69,2). De herders wilden de meisjes verdrinken in de waterbakken! Het huwelijk van Mozes en Sippora blijkt zo een band te zijn tussen evenwaardige partners die elkaars leven redden. Mozes redt Sippora en Sippora redt Mozes...
In een dergelijk huwelijk zegt men tegen elkaar: ik dank mijn leven aan U - zonder U zou ik niet leven - zonder U kan ik niet leven - zonder U heeft het leven geen zin - of nog duidelijker, gij zijt mijn leven. Al deze uitspraken kunnen eventueel, zoals bij Mozes en Sippora, de feitelijke realiteit weergeven, maar zij zijn op zijn minst op geestelijk of psychisch niveau even waar, zo niet meer dan dat. Het leven krijgt pas inhoud vanuit de tweeheid van die man en die vrouw... Een couranter en centraler bijbels begrip voor deze unieke partnerrelatie vindt men in het woordje verbond. Het verbond, is de speciale notie die het huwelijk in de joods-christelijke traditie typeert. Men vindt de verbondsgedachte overal in de Heilige Geschriften, van het begin tot het einde. Het woord wordt concreet en reëel wanneer God een verbond sluit met zijn volk Israël bij de Sinai, wanneer Christus het verbond van de eindtijd sluit met zijn volgelingen (de Kerk), en dat verbond zoals gebruikelijk viert met een maaltijd, de eucharistie. Zowel bij Gods verbond, als bij Jezus' verbond, gaat het telkens ook om redden van het leven van het volk, redden van de dood. Het verbond dat huwelijk heet, is zo geworteld en vindt zijn diepste inhoud, in Gods verbond met de mensen. De apostel Paulus zal dit onder meer beklemtonen in een onvergetelijke passage van zijn brief aan de Efeziërs (zie 5,22-32).
Het verbond dat huwelijk heet is iets uniek. Het is sterker dan bloedverwantschap, en binnen dat verbond ontvangt men telkens weer het leven als een geschenk van de ander. Mocht dit verbond, samen met het verhaal van Mozes en Sippora, ons leven inhoud geven.
Bron: Ds. G. Willems
Franstalige versie: protestanet.be