Protestantse Kerken België

 contact |  over ons |   organigram

Het verhaal van het baldakijn

Bijbelse verhalen verteld voor kinderen
Thema: Als dieren moeten lijden
Genesis 7 & 8: De zondvloed

Bijbeltekst (NBV)

Genesis 7

1 Toen zei de HEER tegen Noach: ‘Ga de ark in, samen met je hele gezin, want ik heb gezien dat jij als enige van deze generatie rechtschapen bent. 2 Van alle reine dieren moet je zeven mannetjes en hun wijfjes meenemen, van de onreine dieren moet je er twee meenemen, een mannetje en zijn wijfje, 3 en van de vogels weer zeven mannetjes en wijfjes, om hun voortbestaan op aarde veilig te stellen. 4 Want over zeven dagen zal ik het veertig dagen en veertig nachten op de aarde laten regenen; dan zal ik alles wat er bestaat van de aardbodem wegvagen, alles wat ik heb gemaakt.' 5 Noach deed alles zoals de HEER het hem had opgedragen.
6 Noach was zeshonderd jaar toen de zondvloed kwam, een watermassa die de aarde overspoelde. 7 Om aan het water te ontkomen ging Noach de ark in, samen met zijn zonen, zijn vrouw en de vrouwen van zijn zonen. 8 Van de reine en de onreine dieren, van de vogels en van alles wat op de aardbodem rondkruipt, 9 kwamen er telkens twee bij Noach in de ark, een mannetje en een wijfje, in overeenstemming met wat God hem had opgedragen. 10 Toen de zeven dagen voorbij waren, kwam het water van de vloed over de aarde. 11 In het zeshonderdste jaar van Noachs leven, op de zeventiende dag van de tweede maand, braken alle bronnen van de machtige oervloed open en werden de sluizen van de hemel opengezet. 12 Veertig dagen en veertig nachten lang zou het op de aarde stortregenen. 13 Diezelfde dag gingen Noach, zijn zonen Sem, Cham en Jafet, zijn vrouw en de drie vrouwen van zijn zonen de ark in, 14 samen met alle soorten wilde dieren, vee en kruipende dieren, en ook met alle soorten vogels en wat er verder maar vleugels heeft. 15 Van alle wezens waarin levensadem was, kwamen er telkens twee bij Noach in de ark: 16 er kwamen van alle dieren een mannetje en een wijfje, in overeenstemming met wat God hem had opgedragen. Toen sloot de HEER de deur achter hem.
17 De vloed overstroomde de aarde veertig dagen lang. Het water steeg en de ark werd opgetild, zodat hij van de aarde loskwam. 18 Het water op aarde nam steeds maar toe, hoger en hoger steeg het, en de ark dreef op het water. 19 Het water bleef voortdurend toenemen, zelfs de hoogste bergen kwamen onder te staan. 20 Tot vijftien el daarboven reikte het water, de bergen stonden helemaal onder. 21 Alles wat op aarde leefde kwam om, alles wat er rondwemelde: vogels, vee, wilde dieren, en ook alle mensen. 22 Alles wat op het land leefde en ademde vond de dood. 23 Alles wat op aarde bestond werd weggevaagd: de mensen, het vee, de kruipende dieren en de vogels, ze werden van de aarde weggevaagd. Alleen Noach bleef over, met alles wat bij hem in de ark was. 24 Honderdvijftig dagen lang was de aarde helemaal met water bedekt.

Genesis 8

1 Toen dacht God weer aan Noach en aan alle wilde dieren en het vee bij hem in de ark. Op zijn bevel begon er een wind over de aarde te waaien, waardoor het water afnam. 2 De bronnen van de oervloed en de sluizen van de hemel werden gesloten, zodat het ophield met regenen. 3 Geleidelijk vloeide het water weg van de aarde; na honderdvijftig dagen begon het te zakken. 4 Op de zeventiende dag van de zevende maand liep de ark vast op het Araratgebergte. 5 Het water zakte voortdurend verder, en op de eerste dag van de tiende maand werden de toppen van de bergen zichtbaar. 6 Na verloop van veertig dagen deed Noach het venster dat hij in de ark had aangebracht open 7 en liet een raaf los. Deze bleef heen en weer vliegen totdat de aarde droog was. 8 Vervolgens liet hij een duif los om te zien of het water verder gedaald was. 9 Maar de duif kon nergens een plekje vinden waar ze kon neerstrijken om te rusten en kwam bij hem terug in de ark, want overal op de aarde was nog water. Hij stak zijn hand uit, pakte haar en nam haar weer bij zich in de ark. 10 Hij wachtte nog zeven dagen en liet de duif toen opnieuw los. 11 Tegen de avond kwam ze bij hem terug - met een jong olijfblad in haar snavel. Toen wist Noach dat het water op de aarde verder gedaald was. 12 Weer wachtte hij zeven dagen en daarna liet hij de duif nogmaals los. Ze kwam niet meer bij hem terug. 13 In het zeshonderdeerste jaar van Noachs leven, op de eerste dag van de eerste maand, was het water van de aarde verdwenen. Noach maakte het dak van de ark open en keek rond - de aarde was drooggevallen. 14 Op de zevenentwintigste dag van de tweede maand was de aarde droog.
15 Toen zei God tegen Noach: 16 ‘Ga de ark uit, samen met je vrouw, je zonen en de vrouwen van je zonen. 17 Laat ook alle dieren die bij je zijn naar buiten gaan: vogels, vee en alles wat op de aarde rondkruipt. Ze moeten weer vruchtbaar zijn en talrijk worden en de aarde bevolken.' 18 Hierop ging Noach naar buiten, samen met zijn zonen, zijn vrouw en de vrouwen van zijn zonen. 19 Ook alle dieren gingen de ark uit, soort bij soort, alle vogels, en alles wat op de aarde rondkruipt.
20 Noach bouwde een altaar voor de HEER; daarop bracht hij brandoffers van al het reine vee en alle reine vogels. 21 De geur van de offers behaagde de HEER, en hij zei bij zichzelf: Nooit weer zal ik de aarde vervloeken vanwege de mens, want alles wat de mens uitdenkt, van zijn jeugd af aan, is nu eenmaal slecht. Nooit weer zal ik alles wat leeft doden, zoals ik nu heb gedaan. 22 Zolang de aarde bestaat, zal er een tijd zijn om te zaaien en een tijd om te oogsten, zal er koude zijn en hitte, zomer en winter, dag en nacht - nooit komt daar een einde aan.

Verhaal

Bijbels verhaal voor kinderenDs. Geurs, hij stond in Gent, nu zit hij in Friesland, vroeg eens aan de kinderen van de Kinderkerk: Hebben jullie iets te vragen. Want hij houdt van een gesprek, hij zegt dat hij daarvan kan leren. Zegt dat kind Sasha met die donkere ogen, je ziet haar altijd tussen die elf Friese blauwogen, en ze zit ook nog op de voorste rij, ze zegt: Er zijn in Duitsland met al die regen mensen verdronken. Dat begrijp ik wel, dat gebeurt vaak. Maar ook dieren, koeien en schapen, dat zag ik op TV. Die arme beesten, daar lagen ze languit in de modder dood, en wat kunnen ze eraan doen? Ik begrijp dat niet.
Toen zei ds. Geurs: Moet je luisteren. Ik heb een kruiwagen op de studeerkamer staan en die is vol met boeken van de Talmoed, hele stapels. Die zijn door Joodse mensen geschreven, en daar staan stapels prachtige verhalen in. Ik las vanmorgen toevallig dat God een zondvloed over de wereld bracht, omdat Hij boos was om wat de mensen deden. En dat veel mensen verdronken, maar ook dieren, zonder tal. En toen vroegen Joodse kinderen: Waarom doet God dat, net als jullie. En toen was daar een rabbi, een soort dominee dus, en die vertelde dit verhaal:

Er was eens een heel rijke Heer die een zoon had die wilde trouwen. Daar was die Heer heel blij om, hij klapte in de handen, hij lachte, en zei: Dan ga ik een heel groot feest geven met lekker eten en drinken, met muziek om bij te zingen, en een echt baldakijn voor het bruidspaar.
Een echt baldakijn! zei zijn zoon, een chupa dus, een prieel met mooie bloeiende takken en versierde stoelen voor Channa en voor mij om op te zitten?!
Want Channa, zo heette zijn verloofde.
Precies dat, zei zijn vader, let maar eens op wat ik doe!

Maar let op wat gebeurt. Soms gebeurt wat je helemaal niet wilt. Die zoon was namelijk altijd erg onvoorzichtig, zijn vader had hem al vaak genoeg gewaarschuwd. Maar toch doen en onvoorzichtig zijn. Hij kreeg een ongeluk en kijk, hij bleef dood. Dat vond die vader natuurlijk heel vreselijk. Nadat zijn zoon was beweend en begraven kwam die vader thuis, en hij zag dat baldakijn staan. Met de twee stoelen die eerst zo prachtig waren versierd voor het feest. Maar nu niet meer, want de blaadjes en bloemetjes van de versiering hingen slap. Om het baldakijn lag al een kring van afgevallen blaadjes.
Wat wilt u dat wij hiermee doen, vroegen de knechten van die Heer die ook vader was.
Jullie moeten dit maar afbreken, zei hij, dit baldakijn, en zet de stoelen ook maar weg, wij hebben er niets meer aan, want mijn zoon is dood.
Dat hebben die knechten toen gedaan. Heel stilletjes. En de takjes die nog leefden hebben ze in de aarde gezet om weer wortel te schieten.
Waarom doen jullie dat, vroeg de Heer.
Omdat u nog meer kinderen hebt, zeiden zijn knechten. En je weet nooit, misschien trouwt er toch nog een?
Jullie zijn heel goede knechten, zei die Heer die vader was.

Dit is het verhaal dat die rabbi vertelde, zei ds. Geurs. Weten jullie wat hij bedoelde?
Het werd stil onder de kinderkerkkinderen. Elf paar blauwe oogjes en één paar bruine keken naar de grond om te denken. Toen zei een van de meisjes: Ja, we hadden het over de dieren. Dat die moeten lijden zonder dat ze ergens de schuld van hebben. Dus net als dat baldakijn. Dat stond daar voor het feest....
Ja, goh, en wat was dat baldakijn mooi, zei Sasha, want wat hebt u dat mooi verteld, met al die gevallen blaadjes erom heen, ik moest er haast van huilen!
Toen zei een jongen: Ik weet het. De dieren zijn net als dat baldakijn. Ze zijn voor de versiering van de wereld.
Ja, riepen de meisjes, het waren er zeven, allemaal tegelijk. Want God is die Heer uit dat verhaal. En God wil een feestje geven.
Maar, zei een jongen, hij was de oudste van het twaalf, mensen bederven het. Net als de zoon van die Heer. Die was onvoorzichtig, die kreeg dat ongeluk, en het was uit met de pret. En toen werd alles afgebroken...
Het was een hele poos stil. Toen zei het kleinste blauwoogje in de rij: Maar die mannen zetten takjes in de grond. Die gingen weer bloeien. Dat doet mijn moeder ook!
Toen zei de dominee: Kind, zo is het. God gaat toch weer een feestje maken.
En wij mogen helpen, zei Sasha, en haar donkere ogen glommen.

En wij mogen zorgen dat er niet weer ongelukken gebeuren, zei de oudste jongen. Ik weet toevallig van hem dat hij wel eens stiekem rondrijdt in de auto van zijn oudere broer. Op een industrieterrein, dat wel. Maar toch. Dus ik zei met grote nadruk: Jongen, je hebt groot gelijk! En dat was het einde van het verhaal van het baldakijn uit de kruiwagen van dominee Geurs.

Bron: Harmen Geurs D.D., Kollum, Friesland


Terug naar boven
Verenigde Protestantse Kerk in België
Brogniezstraat, 44
B, 1070 Brussel
T: 02 511 44 71
Neem contact op

Franstalige versie: protestanet.be