Protestantse Kerken België

 contact |  over ons |   organigram

35 - Isaak zegent Jakob en Esau.

Meditaties en studies voor een heel kerkelijk jaar, door Gerard F. Willems
Week 35 van het kerkelijk jaar
Genesis 27,1-30 • Johannes 10,1-18 •

Meditaties en studies voor een heel kerkelijk jaar, doofr Gerard F. WillemsWat is de bedoeling van onze eerste lezing, het verhaal van Isaak die Jakob en Esau zegent? De geschiedenis handelt uitvoerig over de onderlinge strijd van de tweelingbroers, Esau de iets oudere en Jakob de iets jongere, maar toch is dat de pointe niet. Het hele verhaal is uiteindelijk gericht op de zegen zelf, en de inhoud ervan. Die beide zegeningen kan men het beste aanduiden als politieke profetieën. Het gaat vooral om de politieke toekomst van beider nakomelingschap. Om dit goed te verstaan moet men rekening houden met het voorspel van ons verhaal, het gebeuren met het eerstgeboorterecht (Genesis 25). Esau verkoopt zijn eerstgeboorterecht voor een bord linzen, door een sluwe zet van zijn tweelingbroer. Dit recht betekent niet alleen een dubbel erfdeel, maar hier vooral het hele geestelijke erfgoed, de lijn die bij Abraham aanvangt en bij het volk Israël zal uitkomen. Wat is nu de inhoud van de vaderlijke zegen die de toekomst voor de tweelingen vastlegt? Als eerste, krijgt Jakob de vruchtbare aarde, zodat zijn landbouw goed zal renderen. Volken zullen hem dienen, en zelf zal hij de leider van zijn broers zijn. Dit laatste is een uitgesproken politieke aangelegenheid. Voor Esau, die later thuis komt, blijft niets anders over dan het omgekeerde, het negatief, van het reeds gezegde. Esau zal leven buiten het landbouwland en geen oogsten kennen. Hij zal leven van zijn zwaard, krijgshaftig, maar niettemin aan zijn broer ondergeschikt zijn. En toch zal hij zich kunnen vrijmaken. Heel concreet slaan deze beide zegeningen op de toekomstige geschiedenis van de tweelingbroers Israël (Jakob) en Edom (Esau). Het gebied van Edom omvat de Negev-woestijn tot Elat. Koning David zal Edom onderwerpen, maar onder zijn opvolgers zullen de kansen herhaaldelijk keren, en zal Edom tenslotte zijn vrijheid veroveren.
De geestelijke achtergrond en rijkdom van het verhaal, wordt, voor zover het Jakob betreft, op diepzinnig wijze aangevuld in de joodse legenden (1). In de zegen wordt er gesproken over de dauw, welnu zegt men, daar zit een diepere betekenis achter. Het gaat over de dauw waarmee God de vromen zal opwekken in de komende eeuw (zie Jesaja 26,19). De zegen van Jakob bevat dus reeds, volgens deze uitleg, het voor de rabbijnen zo wezenlijke geloof in de opstanding der doden. Verder spreekt de zegening over koren en wijn, ook daar zit meer in dan louter landbouwgegevens. Koren slaat op de Thora, die essentieel voedsel is, en wijn slaat op de geboden, die even veel vreugde geven als wijn, wanneer men ze doet. Het verhaal heeft het verder over: de stem van Jakob en de handen van Esau. Ook daar zit meer achter. Men legt uit, zolang als de stem van Jakob gehoord wordt in de synagogen en de leerhuizen, zullen de handen van Esau hem niet kunnen onderwerpen. Zolang Israël trouw is aan de dienst van God, zal er dus niets gebeuren. Maar wanneer het de eredienst verzaakt, zullen veroveraars het land bezetten. Deze stem van Jakob, voegt men er nog aan toe, doet alle andere stemmen zwijgen op aarde en in de hemel, zelfs die der engelen. Zo ongelofelijk belangrijk is de stem van Israël.
En dan is er ook de kant van Esau. Zijn zegen spreekt over het zwaard van Esau. Men kan ook zeggen het zwaard van Edom. Wij zagen reeds dat men hierbij moet denken aan de hele geschiedenis van de militaire verhouding van Israël en Edom. Maar dit is lang niet alles. Edom en zijn zwaard zijn in de loop der tijden, voor de rabbijnen, een verborgen aanduiding geworden voor verschillende regimes die Israël bestreden hebben. Het eerste daarvan is het Romeinse imperium. Zo slaan in het begin van onze jaartelling de woorden Esau of Edom op de Romeinen. Zij hebben in het jaar 70 Jeruzalem veroverd en de tempel in vlammen doen opgaan. Maar met Constantijn de Grote wordt dat rijk christelijk en later ook nog Byzantijns. De Byzantijnen hebben Jeruzalem op de Perzen heroverd in 629 n.Chr. en de joodse gemeenschap opnieuw veel doen lijden. Dit zijn steeds weer daden van Esau. Dit geldt ook voor de inname van Jeruzalem door de kruisvaarders onder Godfried van Bouillon in 1099. Weer heeft dit dramatische gevolgen voor de joden; op Godfrieds bevel wordt, onder andere, de Karaïtische gemeenschap van de heilige stad in haar synagoge gedreven en daarin levend verbrand. Zal het zwaard van Edom, de stem van Israël doen zwijgen? Met name als Westerse christenen mogen wij nooit vergeten dat wanneer men een Latijns kruis omgekeerd houdt, men een zwaard in zijn hand heeft... Esau, dat zijn wij als christenen.

Tegelijk is onze eerste lezing uit de Schrift weer een echt familieverhaal van de patriarchen. Wat kan men over dit aspect van de zaak zeggen? Het gezin van Isaak en Rebekka zwemt in de problemen en dreigt erin onder te gaan. Vader en moeder zijn het met elkaar oneens, begrijpen elkaar niet, en hebben ieder hun lieveling van de tweeling. Leugen en bedrog worden gebruikt, en dit leidt tot een definitieve breuk in de familie. Jakob moet naar het buitenland vluchten, en Rebekka besterft het. De dood van Rebekka wordt nergens vermeld in de bijbel, en haar laatste optreden vindt plaats bij het vertrek van Jakob (Genesis 27,46). De rabbijnen menen daarom dat Rebekka kort daarna van verdriet gestorven is; haar laatste woorden wijzen ten andere in die richting. De houding van de hoofdpersonages van het gebeuren is allerminst fraai. Rebekka luistert aan de tent van haar man om te weten wat er binnen gezegd wordt. Zij bedenkt het bedrog, en gebiedt Jakob de zaak uit te voeren. Jakob van zijn kant is een bedrieger (Genesis 27,36 Jeremia 9,3v Hosea 12,3v) die de kleren van zijn broer aantrekt, de bokjes brengt en de vellen over handen en hals doet. Verder bevestigt hij uitdrukkelijk dat hij Esau is. Zo bedriegt Jakob zijn vader, die blind is, om een heilige, religieuze zegen te ontvangen! Erger kan het werkelijk niet zijn.
De vraag is of het bijbelverhaal als geheel dit grove bedrog al dan niet aanvaardt. Hierbij is één ding zeker, het gebeurde zelf kan niet veranderd worden. De zegen kan niet in een vloek omgezet, of omgekeerd. Wat gezegd is, blijft onvoorwaardelijk gezegd. Maar nu blijkt verder dat het hele bijbelverhaal dit bedrog positief aanvaardt. Gods beloften aan Isaak gaan inderdaad zonder probleem over op Jakob, die zelfs de naam Israël krijgt. Het lijkt er op dat alles zo moest gebeuren. Of om het krasser te formuleren, het blijkt allemaal Gods wil en Gods plan te zijn. Voor God heiligt het doel blijkbaar de middelen. God is ogenschijnlijk niet gebonden door zijn Thora en zijn geboden. Hij eist van anderen wat hij zelf niet doet. God staat boven de moraal en bedient zich van bedrog om zijn doel te bereiken.
De joodse bijbellezers, die langer met de Heilige Schriften vertrouwd zijn dan wij, hebben dit probleem ook aangevoeld en gepoogd er iets aan te doen. Vandaar dat de joodse legenden duidelijk maken dat achter ons verhaal een andere werkelijkheid schuilgaat, die het verstaan en het beoordelen totaal verandert. Wij laten even de anders geïnterpreteerde personages de revue passeren. Eerst is er Isaak, die niet alleen lichamelijk, maar ook geestelijk blind is. Hij is een goedige snoeper, die zich makkelijk laat misleiden. Zo denkt hij dat Esau werkelijk godvruchtig is. Esau is echter een onverschillige afgodendienaar. Genesis 26,34v bericht dat hij twee Hethitische vrouwen huwt, en de legenden weten te vertellen dat zij in zijn tent wierook branden voor de afgodsbeelden. Esau doet zich vromer voor dan hij is, omdat hij echt van zijn vader houdt. Jakob is dan weer een echt wetsgetrouwe jood, die alles uitsluitend uitvoert omdat zijn moeder hem overtuigd heeft. De grote vraag blijft zo, wie is Rebekka eigenlijk. Zij is hoe dan ook de motor van het verhaal, maar wat bezielt haar? Is zij de slechte? Neen, zij is een soort profetes, en ontvangt door de Heilige Geest een openbaring. Zij heeft niet aan de tent staan luisteren, maar weet vanzelf, zoals de profeten. Zo kent zij ook de boosheid van Esau, de zwakheid van Isaak, en de vroomheid van Jakob. In dezelfde geest gaan de legenden nog een stap verder en vertellen dat God meehelpt bij de zaak. God stuurt de ondeugende satan met Esau mee op jacht. Telkenmale Esau een dier gevangen en gebonden heeft, maakt satan het achter zijn rug weer los, zodat de jacht buitengewoon lang duurt, en Jakob thuis meer tijd krijgt. Maar God doet méér. Wanneer Isaak Jakob betast om te zien wie hij is, wordt deze zo bang, dat God twee engelen gebiedt hem vast te houden, en hij zelf steunt hem.
Men moet toegeven dat deze joodse interpretatie de geschiedenis voor een stuk aanvaardbaarder maakt, maar toch geven wij de voorkeur aan een andere uitleg. Men mag de aanstoot van de geschiedenis niet uit de weg gaan, en moet er toch zien uit te komen. God wil inderdaad met Jakob in zee, hij verkiest onvolmaakte, zondige mensen om mee te werken. God ziet dit onrecht van de mensen, hij laat er zich echter niet door afschrikken, maar bestraft het wel. Hierbij moet men bedenken dat God niet straft om te straffen, maar wel met de bedoeling op te voeden. Hij bestraft het begane onrecht, om de mens te verbeteren, te louteren. Hij houdt van de mens, en deze zal leren met God te leven, steeds weer, en steeds beter. De straf is duidelijk in ons verhaal aanwezig: voor Jakob de ballingschap in het tweestromenland, en voor Rebekka waarschijnlijk de dood, wat in zekere zin op hetzelfde neerkomt. Ballingschap en dood hangen steeds weer samen in de Schrift.
Wanneer men onze geschiedenis zo leest, en goed let op die ballingschap, dan wordt het verhaal meteen actueel, zowel voor het hele volk Israël, als voor de christelijke Kerk. Na de ontrouw en het onrecht van de latere koningstijd, ondergaat het hele volk Israël dezelfde straf als Jakob, zijn aartsvader en naamgenoot. Op de deportaties van 722 en 587 v.Chr. volgt de langdurige ballingschap. Maar zoals God aan Jakob trouw blijft en met hem verder wil gaan, in en na de straf, zo ook met zijn hele volk. In het dal van diepe duisternis, het dal van de dood en de ballingschap, is hij voor zijn volk de goede herder die de kudde niet in de steek laat (zie Psalm 23). Door alles heen kan Israël op hem vertrouwen.
Naar analogie met al het gezegde, moeten wij tenslotte de vraag stellen of de christelijke Kerk soms in deze tijd in ballingschap verkeert. Het heeft er alle schijn van, denken wij maar aan haar grenzeloze verdeeldheid in grote kerken en massa’s kleine kerkjes. De verdeeldheid sluit een wisselende graad van hoogmoed en van vijandschap in zich. Deze feitelijke toestand staat diametraal tegenover de inhoud van het evangelie, waarin gesproken wordt over verdraagzaamheid, liefde en eenheid. De kerken maken zo hun eigen boodschap ongeloofwaardig. De visie van de zogenaamde sekten op de verdeeldheid, is geheel anders. Zij menen dat alle gemeenschappen op het verkeerde spoor zitten, alleen zij niet. Evangelische waarden als verdraagzaamheid en eenheid moet men dan ook uitsluitend in de eigen groep zoeken en vinden. Alle andere groepen mag men gerust minachten. Met deze rancuneuze ideologie zijn de sekten in opmars, en gaan de kerken achteruit. Deze laatsten maken een ware ballingschap door. De kritische vraag moet daarbij luiden, waar hebben zij gefaald, waarvoor worden zij bestraft? Een deel van het antwoord ligt ongetwijfeld in de reeds genoemde hoogmoed en vijandschap, maar dan wel op de wijze van Esau. De ontrouw van de christelijke kerken jegens God, komt vooral daarin uit, dat zij - zoals hun geestelijke vader Esau - steeds weer Jakob met het zwaard willen elimineren. Het afschuwelijkste beeld is wel dat van Godfried van Bouillon en de Karaïeten van Jeruzalem in hun brandende synagoge. Een scherper beeld van onrecht en van ontrouw jegens de ene God bestaat er niet. Daarom zijn de kerken in ballingschap en maken een moeilijke tijd van vertwijfeling en beproeving door. Deze tijd van zelfkritiek, bezinning en loutering is zeer pijnlijk. Maar een fundamentele heroriëntering is onontbeerlijk. In de huidige ballingschap der kerken blijft Christus, als de gezondene des Vaders, hoe dan ook, onze goede herder. Hij verlaat ons nooit, en wij kunnen op hem vertrouwen. Wij lazen daarover in onze tweede lezing.

Bron: Ds. G. Willems


Voetnoot

(1) Men kan de verhalen weer vinden in Louis Ginzberg, Legends of the Jews, Philadelphia 1909-1938, deel 1 vooral p.328-336.


Terug naar boven
Verenigde Protestantse Kerk in België
Brogniezstraat, 44
B, 1070 Brussel
T: 02 511 44 71
Neem contact op

Franstalige versie: protestanet.be