Protestantse Kerken België

 contact |  over ons |   organigram

22 - Jezus verschijnt aan de Emmaüsgangers.

Meditaties en studies voor een heel kerkelijk jaar, door Gerard F. Willems
Week 22 van het kerkelijk jaar
Lucas 24,13-35 • Psalm 19,8-15 •

Meditaties en studies voor een heel kerkelijk jaar, door Gerard F. WillemsDe Amsterdamse schilder Rembrandt (1606-1669) is heel zijn leven lang bezig geweest met het verhaal van de Emmaüsgangers. Als protestantse schilder, heeft de bijbel een grote invloed op hem uitgeoefend. Viermaal schilderde Rembrandt de twee mannen van Emmaüs en Jezus aan tafel; eenmaal toen hij jong was, eenmaal toen hij oud was, en tweemaal op middelbare leeftijd. Het aantal personages - hij beeldt soms ook dienaren uit - en de schikking ervan, wisselt steeds weer in de loop der jaren. Het schilderij van 1628/9 is het meest dramatische van de vier. Jezus zit aan de kop van de tafel en men ziet hem in profiel. Typisch voor deze weergave is het felle licht achter Jezus, hij wordt daardoor tot een donker silhouet. Kenmerkend is verder dat één leerling erg geschrokken kijkt en dat de andere voor Jezus op de knieën valt. Jezus is hier een glorievolle heerser, met de kop fier opgericht. De twee werken uit 1648 hebben de scène ontdramatiseerd. Men ziet gewoon drie mensen aan tafel, maar speciaal licht doet toch nog steeds Jezus uitkomen. Het schilderij uit 1660, wanneer Rembrandt oud is, laat ons drie gewone figuren aan tafel zien. Jezus in het midden, en face. Het licht valt door een glas-in-loodraam naar binnen... De hele verschuiving, die zo in de weergave heeft plaatsgevonden, heeft eigenlijk te maken met het licht. De triomferende Heer, die zich aftekent tegen de felle glans, maakt uiteindelijk plaats voor de gewone mens, in een ruimte waarin het licht van de straat binnenvalt door glas-in-loodramen. Het dramatische wordt alledaags en present (1). Heeft Rembrandt met deze ontwikkeling de evangelist Lucas gevolgd en begrepen? Wij denken van wel. Lucas is in zijn werk zeker met Jezus’ leven bezig, maar tegelijk ook met het heden van de eerste christenen, lang na de hemelvaart.

Het verhaal van de verschijning van Jezus aan de twee Emmaüsgangers, op de paasavond, vindt men uitsluitend in het Lucasevangelie. Het betreft een verhaal dat op zichzelf staat en zeer diepzinnig is. Het doet misschien een beetje aan een legende denken, omdat het niet echt in het hele evangelie ingewerkt is. Men moet daarom eerst proberen twee historische vraagtekens op te lossen. De eerste vraag luidt, waar ligt Emmaüs? Als we goed zijn ingelicht dan worden niet minder dan acht dorpen rond Jeruzalem voorgedragen als oplossing. Wanneer men echter scherp rekening houdt met de afstand van zestig stadiën, ongeveer 12 kilometer, dan sneuvelen heel wat candidaturen, en kan men best zeggen dat men niet precies weet om welk dorp het gaat. Het is wellicht niet belangrijk.
De tweede vraag luidt, wie is die Kleopas waarover gesproken wordt? Het gaat om een van de twee mannen die op weg zijn, maar wat hebben wij aan zijn naam? In Johannes 19,25 wordt er gesproken over een zekere Maria van Klopas die aan de voet van het kruis staat. Wellicht zijn die Klopas en Kleopas dezelfde persoon. Verder vindt men niets in het Nieuwe Testament. Wel kan men bij Eusebius van Caesarea (gestorven in 339), in zijn Kerkgeschiedenis (1), lezen over een Klopas die de broer is van Jozef, de vader van Jezus. Klopas is dus volgens deze bron een oom van Jezus. Maar wie is dan die andere man op weg naar Emmaüs? Men heeft wel eens gezegd dat het om Lucas zelf gaat, vandaar dat hij geen naam opgeeft, maar dat klinkt toch niet waarschijnlijk. Het ligt meer voor de hand om verder mee te gaan met de genoemde kerkvader. Klopas had een zoon die de naam Simeon droeg, en wellicht is hij onze onbekende figuur. Over deze Simeon, een neef van Jezus dus, weten wij het een en ander. Hij heeft als bisschop van Jeruzalem, Jakobus, de broer van Jezus, opgevolgd nadat deze gedood was. Simeon, de tweede leider van de gemeente van de hoofdstad, is zeer oud geworden en rond 107 n.Chr. door de Romeinen gekruisigd. Het Imperium was toen op zoek naar familie van Jezus (als afstammelingen van koning David), omdat men vreesde dat zij de aanleiding voor een opstand konden worden. De mannelijke familieleden van Jezus, en niet zijn moeder Maria, hebben een belangrijke rol in de kerk van Jeruzalem gespeeld, wij vergeten dit te veel. Jezus verschijnt hier dus op de paasavond als mysterieus opgestane aan een oom en een neef, die blijkbaar in Emmaüs wonen, vlakbij Jeruzalem. Mogelijk heeft Jezus weinig rechtstreeks contact met deze familieleden gehad, die overigens wel met hem sympathiseerden.

Wat is nu de blijvende betekenis van het verhaal van de verschijning van Jezus aan de twee mannen van Emmaüs? Jezus doet eigenlijk twee dingen in de geschiedenis, maar hij doet beide incognito. Als hij herkend wordt, verdwijnt hij onmiddellijk. Jezus is dus ongekend aanwezig, en hij wandelt, en daarna zit hij aan.
Eerst wandelt Jezus incognito met de twee. Zij vertellen hem over hun ontreddering. Zij hadden gehoopt dat Jezus van Nazaret de profeet was, degene die aan het einde der tijden komen zou om het Rijk Gods voor te bereiden. Of beter, de Messias, die Israël verlossen zou. Maar zij hebben nu problemen, daar er onverwachte dingen gebeurd zijn. Eerst en vooral is die Jezus gekruisigd, en kan hij dus geen verlosser meer zijn. Het is nu al de derde dag dat hij dood is. Maar dat is niet alles. Enkele vrouwen, en later enige discipelen, hebben het graf leeg gevonden. Wat kan er met het lijk gebeurd zijn? Engelen zijn ook aan de vrouwen verschenen en hebben gezegd dat hij leeft. Maar niemand heeft Jezus gezien. Wat moet dit allemaal betekenen?... Wat antwoordt Jezus aan de Emmaüsgangers? Wij zouden zeggen, kijk eens goed wie voor u staat, of iets van die aard. Maar Jezus reageert heel anders in het verhaal. Hij maakt zich niet bekend, hij blijft volledig incognito. Hij geeft ook geen rechtstreeks antwoord op de vele vragen. Hij begint niet te redeneren over het lege graf. Wat hij wel doet is over de Heilige Schriften van Israël spreken, over Mozes (dit is de Thora), en over de Profeten (het tweede deel van de joodse bijbel). In de synagoge werden toen, zoals nu, op sabbat steeds twee Schriftgedeelten gelezen, één uit de Thora en één uit de Profetische boeken. Jezus toont uit de Schriften aan dat de Messias moet lijden en sterven, om in zijn heerlijkheid in te gaan. En juist met die heerlijkheid houdt de verrijzenis verband. Jezus geeft tekst en uitleg over de loopbaan van de Christus. Wat Jezus doet is dus prediken, verkondigen, getuigen.
Is het ook zo niet gesteld met ons op zondagmorgen in de kerk? Er worden geen harde bewijzen gegeven. Jezus laat zich als opgestane Heer niet zien en betasten, tijdens de dienst. Wel wordt in de kerk iedere zondagmorgen de Schrift gelezen en gepredikt. De Christus is gestorven, begraven en verrezen. Wij leven uit de dwaasheid der prediking (1Korintiërs 1,21), en in die prediking wil de Heer tot ons komen, present zijn, incognito.
In de tweede plaats zit Jezus incognito aan met de twee. Geen van beiden heeft gemerkt dat hij het is die met hen aan tafel zit voor het avondbrood. Eigenlijk zegt Lucas uitdrukkelijk dat Jezus aanligt, wat moet wijzen op een feestelijke maaltijd. Desondanks wordt er alleen over het brood gesproken. Misschien is het maal feestelijk omdat het nog de week van Pesach is. Hoe dan ook, vóór de eerste beet, wordt Jezus herkend. Daarop verdwijnt hij onmiddellijk. De twee blijven alleen, maar geloven nu in Jezus, de Messias die opgestaan is uit de dood. Hij is als zodanig de presente, de aanwezige, maar incognito. Hoe hebben de Emmaüsgangers hem herkend, daar hij zichzelf niet heeft voorgesteld? Men kan denken aan de sporen van de nagels in zijn handen, maar dit lijkt in dit verhaal een te biologische redenering. Jezus spreekt de zegen uit, dit wil zeggen het korte joodse dankgebed tot God voor de gave van het brood, en hij breekt het vervolgens, en deelt het uit. Dit is blijkbaar het moment van de herkenning. Normaal moet de huisvader als gastheer dit ritueel op zich nemen, dat zou hier dus Kleopas zijn, maar hij mocht ook aan een gast vragen om het te doen, als eerbetoon aan deze persoon. Hier wordt daar niet over gesproken, en men krijgt zo de indruk dat Jezus zelf het initiatief neemt. Dit is zeker niet beleefd, maar drukt wel uit dat Jezus de meester is. Jezus als rabbi der discipelen herhaalt hier handelingen die vooral sterk doen denken aan zijn laatste Pesachmaaltijd met hen, en aan de instelling van de eucharistie. Daardoor wordt hij herkend door de twee mannen.
Gebeurt ook dit niet voortdurend op zondagmorgen in de kerk? Bij de viering van het Heilig Avondmaal wil hij incognito aanwezig zijn. Meer nog, door de maaltijd is hij present, is hij aanwezig. Uiteindelijk is hij de gastheer die de zegenspreuk zegt, het brood breekt en het ook uitdeelt, incognito als verrezene.

Wat het hele verhaal van de Emmaüsgangers, in zijn grote rijkdom, voor ons vandaag betekent is reeds vrij duidelijk geworden. Sinds de verrijzenis van de paasmorgen is Jezus de incognito presente in zijn kerk. Hij wil er ons ontmoeten in de gedaanten van Schriftuitleg en prediking aan de ene kant, en de viering van de maaltijd aan de andere. Dit is het wezen en de zin van de gemeente van Christus. Het gaat in de kerk niet om grootdoenerij en macht, maar om die twee weerloze vormen van een ongekende presentie.
Het gaat in de gemeenschap van Jezus Christus niet om speculaties over God, over zijn eigenschappen, over zijn macht, over zijn wezen. Het gaat niet over de God van onze dromen of onze nachtmerries. Dit alles zijn ijdele ondernemingen. Het gaat in de kerk wel om de ontmoeting met de incognito Opgestane, hier en nu op deze zondag. Hij openbaart ons God, en zijn doen met Israël en de volken. Hij openbaart ons de komst van het einde. Hij openbaart ons zijn tegenwoordigheid. Dit alles steeds weer onder de gedaanten van woord en maaltijd.

Bron: Ds. G. Willems


Voetnoot

(1) Men kan de werken in klein formaat zien in, Ch.Brown, Rembrandt 1 & 2, das Gesamtwerk, Die großen Meister der Malerei, Ullstein Kunst Buch, Frankfurt/M 1979. Voor Klopas en Simeon zie men, Eusebius van Caesarea, Historia Ecclesiastica, III,11 en 32,1-6 en ook IV,22,4.


Terug naar boven
Verenigde Protestantse Kerk in België
Brogniezstraat, 44
B, 1070 Brussel
T: 02 511 44 71
Neem contact op

Franstalige versie: protestanet.be