Protestantse Kerken België

 contact |  over ons |   organigram

36 - Jozef en het brood voor de wereld.

Meditaties en studies voor een heel kerkelijk jaar, door Gerard F. Willems
Week 36 van het kerkelijk jaar
Genesis 41,14-40 & 45 57 • Johannes 6,44-59 •

Meditaties en studies voor een heel kerkelijk jaar, door Gerard F. WillemsHet verhaal van de zeven vette jaren en de zeven magere jaren is zo oud als de Hebreeuwse bijbel en tegelijk zo actueel als een krantenbericht van vandaag. Wij horen niet meer over hongersnood in Egypte, het dichtbevolkte land van de benedenloop van de Nijl. Dit is echter niet zo met het land van de bovenloop van de Nijl, dat tegen Egypte aanleunt, Soedan. Helaas komt Soedan om de zoveel jaar in het nieuws, en verschijnen er schrijnende foto’s met uitgemergelde kinderen en volwassenen vanwege de hongersnood. De oorzaak voor de terugkerende plaag ligt in het klimaat van dit Afrikaanse land, maar evenzeer in de ongelukkige burgeroorlog tussen de mensen van het noorden en die van het zuiden. Eigenlijk is het onvoorstelbaar dat in onze moderne tijd, met zijn schier onbegrensde mogelijkheden, medemensen nog moeten lijden en sterven door gebrek aan voedsel.

Ons bijbelverhaal heeft te maken met het levensnoodzakelijke voedsel, het dagelijks brood, maar tegelijk ook met meer verborgen religieuze zaken. De vraagstelling van de hele geschiedenis is eigenlijk godsdienstig van aard, en zou als volgt omschreven kunnen worden. Zal de jood Jozef in Egypte ten onder gaan, door assimilatie met de vreemde cultuur? Of zal hij trouw blijven aan Gods beloften, gedaan aan de aartsvaders, en zo vruchten dragen voor de wereld?
De test-case voor dit dilemma ligt eigenlijk in het huwelijk van Jozef, waarover terloops gesproken wordt in vers 45. Jozef huwt met Asnat, een Egyptische. Dit is geen goed voorteken en wijst reeds in de richting van assimilatie en het opgeven van de eigen godsdienst. Wanneer er nog aan toegevoegd wordt dat de vader van het meisje een Egyptische heidense priester is, dan kan men zeker niets goeds meer verwachten. Jozef is verloren en kan geschrapt worden. Of toch niet? De eeuwen door is men in de joodse traditie met dit probleem bezig geweest, en wij bezitten een boekje dat de titel draagt Jozef en Asnat, en dat tussen de 1e eeuw v.Chr. en de 2e eeuw n.Chr. in het Grieks geschreven werd. Wat vertelt dit oude joodse geschrift? Asnat is 18 en een bloedmooi meisje. Maar zij weigert alle huwelijksaanzoeken, onder andere van de eerstgeboren zoon van de farao. In het raam van zijn opdracht bezoekt Jozef de vader van Asnat, wanneer deze zijn koren inzamelt. Bij voorbaat heeft Asnat een mogelijk huwelijk uitgesloten, maar wanneer zij Jozef in levende lijve ziet, wordt ze smoorverliefd. Nu is het de beurt aan Jozef om neen te zeggen. Hij wil geen huwelijk met een heidense die, als priesterdochter, voedsel eet dat aan de afgoden geofferd is. Vóór Jozef de woning van Asnat verlaat, bidt hij evenwel voor haar bekering. De dag daarop vernietigt Asnat haar afgoden, en doet zeven dagen boete. Haar mooie en uitvoerige gebeden tot God worden in het boekje letterlijk weergegeven. Op de achtste dag verschijnt er een engel, die haar herboren verklaart en haar een stuk honingraat te eten geeft. Dit is het brood des levens. Dan verschijnt Jozef om haar te huwen, en de farao zelf leidt het feest... Men ziet, hier bekeert Asnat zich, en worden zo alle problemen opgelost. Deze bekering gebeurt niet via de synagoge, met de doop en het offer van de vrouwelijke proseliet, maar rechtstreeks via God zelf.
In de jongere rabbijnse litteratuur vertelt men het anders (1). Asnat was eigenlijk een vondeling. Haar vader had haar als baby gevonden en geadopteerd. Het gouden plaatje aan haar hals vermeldde dat zij de dochter was van Dina en de Sichemiet Hemor (zie Genesis 34). Volgens de halacha is Asnat dus een joodse, daar haar moeder joods is, als dochter van Jakob. Maar baby Asnat heeft nog meer gedaan, zij heeft zelfs Jozefs leven gered. Want toen Jozef beschuldigd werd van omgang met de vrouw van Potifar, had zij aan de heer des huizes gezegd dat het niet waar was. Zo werd Jozef niet gehangen. Toen had God beloofd dat Asnat de moeder van de stammen van Jozef zou worden, omdat zij het gewaagd had hem te verdedigen... Ook hier ziet men dat er geen problemen meer zijn. Asnat is een echte joodse.
Maar hoe staat het nu eigenlijk met Jozef zelf? Blijft hij werkelijk trouw aan de God van Israël? De tekst van de Heilige Schriften vertelt op een boeiend oosterse wijze over de dromen met de koeien en met de aren. Het gaat om beelden voor eenzelfde realiteit, eerst komen er zeven vette jaren, gevolgd door zeven magere jaren. Jozef blijkt de enige te zijn die de betekenis van de dromen kan achterhalen, ondanks de professionele droomuitleggers van Egypte. Gaat hij zichzelf nu extra ophemelen, en lekker van zijn kennis en zijn overwinning profiteren? Niets daarvan. Juist omgekeerd legt Jozef er de nadruk op dat het niet gaat om zijn eigen wijsheid. Herhaaldelijk zegt hij aan de farao dat het God is die de geschiedenis leidt, en dat hij het ook is die de verklaring van dromen geeft. In zijn grote bescheidenheid geeft Jozef grif toe dat hij geen dromen kan uitleggen. Met andere woorden, Jozef verwijst steeds en in alles, naar God en niet naar zichzelf. Hij eert de God van Israël, hij de kleine jood die uit de gevangenis komt, en die staat midden tussen de indrukwekkende goden van Egypte, die vanuit hun beelden op hem neerkijken. Andersom zal ook God Jozef eren en hem verhogen. Jozef is dus duidelijk de trouwe jood die steeds weer JHWH centraal stelt. En hij nu, als kleine vreemdeling in Egypte, en als aanhanger van die vreemde God, zal het cultureel zo exceptionele Egypte, redden van de hongerdood.
Wanneer men echter scherp leest, dan merkt men plots dat het niet enkel gaat om het redden van Egypteland, maar wel om voedsel voor de hele mensheid! Vers 57 zegt uitdrukkelijk, de hele wereld kwam naar Egypte bij Jozef om koren te kopen, want de hongersnood was zwaar in de hele wereld. De kleine jood redder van de wereld? Joodse legenden maken dit onrechtstreeks nog duidelijker. Zij vertellen dat de farao op een troon zit, die bovenop een reusachtig verhoog geplaatst is. Deze estrade wordt bestegen langs een trap die 70 treden telt. Hoe hoger men op de maatschappelijke ladder staat en hoe geleerder men is, des te hoger mag men klimmen om vandaar met de farao te spreken. Het geheim van de 70 treden bestaat eigenlijk hierin dat iedere trede één der 70 volkeren en talen van de wereld symboliseert. De farao als heerser van het Egyptische wereldrijk troont zo bovenop de 70 volkeren der aarde. Tevens is hij de enige die de 70 talen van die mensheid spreekt. Wanneer de farao aan zijn hofhouding voorstelt om Jozef vice-koning te maken, klinkt onmiddellijk het bezwaar van de jaloerse dignitarissen, dat ook hij de 70 talen moet kunnen spreken. En die vreemdeling spreekt alleen Hebreeuws, laten zij er smalend op volgen. De nacht daarop verschijnt de engel Gabriël aan Jozef, en onderwijst hem de 70 talen der volkeren. De volgende dag moet Jozef examen afleggen bij de farao. Deze ondervraagt hem over taal na taal. Telkens wanneer Jozef de taal blijkt te beheersen, mag hij een trede hoger klimmen. En het lukt... Jozef blijkt de 70 talen te kennen en komt tenslotte naast de farao te staan, bovenop de estrade. Juist zoals de farao, overheerst Jozef nu alle volkeren van de wereld. Door zijn nieuwe functie zal hij alle volkeren der aarde brood geven en hen zo voor de hongerdood bewaren. Jozef is de redder van alle volkeren en talen van de aarde. De kleine jood...

Gezien deze breed universele actie van Jozef, draagt de geschiedenis in zekere zin een Messiaans karakter. Men gaat inderdaad denken aan het einde der tijden en het heil van de hele wereld. Men kan daarom makkelijk de lijn doortrekken naar het Nieuwe Testament en naar Jezus en de Kerk. Zo spijzigt Jezus in het begin van Johannes 6, een stuk dat aan onze tweede lezing voorafgaat, een schare van 5000 hongerige mensen, in de tijd van Pesach. Hij gebruikt daarvoor vijf broden en twee vissen. Dit gebeuren doet terugdenken aan het manna in de woestijn, waarover in het hoofdstuk gesproken wordt. Het doet ook terugdenken aan de profeet Elisa en zijn broodvermenigvuldiging. Zowel de woestijntijd als de Elia-Elisa verhalen, hangen - vooral in de tijd van Pesach - samen met de verwachtingen van de eindtijd. Het is dan ook geen wonder dat de mensen achteraf Jezus beschouwen als de profeet van die eindtijd en hem tot Messiaanse koning willen maken. Wat later houdt Jezus de lange broodrede. Deze zwaarwegende toespraak wil in zekere mate uitleg geven bij de wonderbare spijziging. Eerst komt de gebeurtenis, dan volgt de uitleg.
De hele rede draait vooral om het begrip brood des levens. Dit betekent brood dat leven geeft. Men bedoelt daarmee niet het tijdelijke, maar het eeuwige leven, dat te maken heeft met de opstanding der doden. De structuur van de broodrede is niet erg duidelijk, maar men zou als volgt de gedachtengang kunnen ontrafelen. Eerst en vooral geeft Jezus het brood des levens. Men kan dit zo uitleggen dat Jezus het woord van God predikt, het evangelie, dat te vergelijken is met brood dat leven schenkt. Het gaat erom dat men dat evangelie gelooft en aanvaardt, wat men beeldend kan uitdrukken met het werkwoord eten. Het brood des levens eten, betekent dan het evangelie geloven. Deze eerste betekenis komt nauwelijks in de rede voor, maar valt toch niet volledig uit te sluiten, mede gezien de wonderbare spijziging. Maar, ten tweede, geeft Jezus niet alleen het brood des levens, hij is het ook. Hij is de verpersoonlijking van het brood, omdat hij als de Zoon des mensen van bij God zelf is neergedaald. Het gaat er dus om in Jezus zelf, en in zijn goddelijke opdracht, te geloven. Het brood des levens eten, betekent in Jezus en zijn taak geloven. Deze tweede betekenis is de kerngedachte van de hele rede. Telkens weer herhaalt men dit thema onder verschillende vormen.
Maar men moet, ten derde, nog verder gaan. Jezus’ opdracht houdt onder meer verband met zijn dood. En bij een offerdood worden vlees en bloed van elkaar gescheiden, daar de beide componenten een verschillende functie hebben in de cultus. Zo bekeken, betekent het brood des levens eten, het vlees van Jezus eten (vers 51), wat wil zeggen geloven in de zin van zijn dood. Deze dood schenkt het leven aan de wereld. Deze derde betekenis is zeer belangrijk, maar wordt niet nader uitgewerkt. Helemaal aan het einde van de toespraak (verzen 52-58), en dat is het vierde en laatste punt, wordt het duidelijk dat het brood des levens eten, heel realistisch betekent, Jezus’ vlees eten en zijn bloed drinken. Het wordt verschillende malen herhaald. Men schrikt van deze gruwelijke Johanneïsche uitspraak, die uniek is in het Nieuwe Testament, en aan kannibalisme doet denken. Het is duidelijk dat men bij al deze uitdrukkingen zeer concreet aan het Avondmaal moet denken. Natuurlijk komt ook daar geloof bij te pas, maar het gaat om echt eten en echt drinken. Deze verzen zijn eigenlijk de enige waarbij Johannes het, in zijn evangelie, over de eucharistie heeft. Centraal staat daarbij het deel krijgen aan de offerdood van Jezus, om ook deel te nemen aan zijn eeuwig leven en door hem opgewekt te worden ten jongsten dage. Deze vierde betekenis van brood des levens, namelijk als vlees en bloed van Jezus bij de viering van de eucharistie, is echt cruciaal, omwille van het liturgische element en het gemeenschapskarakter dat hier duidelijker dan elders naar voren treedt. Samenvattend kan men zeggen dat Jezus aan de wereld het brood des levens geeft, dit wil zeggen het eeuwige leven. Hij kan dit doen omdat hij zelf van bij God is neergedaald, en in de dood zijn eigen leven gegeven heeft. Men krijgt aan dit opstandingsleven deel door het geloof in Jezus en door de deelname aan het Heilig Avondmaal van de Kerk.

De Messiaanse, eschatologische realiteit van het Nieuwe Testament, houdt echter ook verband met het leven en het voedsel van iedere dag. Het evangelie betekent geen vlucht voor de aardse, dagelijkse werkelijkheid. De Kerk is niet de plaats van de vergeestelijking, ver van het gewone leven. De Messiaanse overtuiging houdt in, dat men juist ook nu, in deze dubbelzinnige wereld van goed en kwaad, brood geeft aan de mensen die honger lijden. Jozef heeft dit gedaan, en Jezus heeft dit gedaan. Heilige voorbeelden genoeg voor ons, nu.

Bron: Ds. G. Willems


Voetnoot

(1) Men kan de verhalen weer vinden in Louis Ginzberg, Legends of the Jews, Philadelphia 1909-1938, deel 2 vooral p.63-79 en 170-178.


Terug naar boven
Verenigde Protestantse Kerk in België
Brogniezstraat, 44
B, 1070 Brussel
T: 02 511 44 71
Neem contact op

Franstalige versie: protestanet.be